Zittende Hermes

Hermes staat bovenop de Korenbeurs in Groningen en hij is er in vliegende vaart op de theekoepel naast de Herebrug. (zie weblog juni 2010)
Het Noordelijk Scheepvaartmuseum in de Brugstraat heeft nog tot het eind van dit jaar een deel van de middeleeuwse panden voor het Tabaksmuseum gereserveerd. In een klein kamertje met vitrines met pijpen en tabaksattributen, ging mijn blik om hoog: Hermes! (Mercurius werd hij door de Romeinen genoemd)

Een zittende Hermes, maar waar zit hij op? Goden hebben kennelijk geen echte stoel nodig. Hij lijkt te poseren in een specifieke houding zoals je op oude schilderijen ook wel ziet: quasi nonchalant in een gekruiste houding. (rechterschouder en linkerheup zijn naar voren gedraaid, door het laten zien van de mercuriusstaf en de naar voren uitgestoken knie wordt die diagonaal geaccentueerd). Of zit hij ongemakkelijk met die linkerschouder omhoog? Ga zelf een tijdje zo zitten, dat voelt niet prettig met die opgedrukte schouder. Wat zit er in die korf? Zet hij zich met zijn benen af om steviger met zijn linkerarm zijn buit achterover te drukken en suggereert hij wat anders waar hij de kijker van afleidt door de mercuriusstaf zo duidelijk te laten zien? Toch geen gekruiste houding maar eenzijdig de linkerkant wegdrukken met zijn rechter lichaamshelft? Of komen deze gedachten op door hoe dit relief gemaakt is? Moeten we er helemaal niets bij denken behalve dat Hermes erbij hoort?
Leuk om het niet te weten en royaal te kunnen fantaseren wat de achtergrond en betekenis van deze afbeelding zou zijn…

Schritttempo

Mijn blik werd getroffen door een opmerkelijk verkeersbord. ‘Schritttempo’ is voor de fietsers, die met aandacht voor wandelaars, mogen fietsen in dit voetgangersgebied. 

 

Schritt, schrede, tred, pas, stap, (im)~ fahren betekent stapvoets rijden. Een Schrittgänger is een telganger. Schrittlings: stap voor stap, langzaam, maar ook schrijlings. Een Schrittmacher is een gangmaker, maar ook een pacemaker! Schrittweise: pas voor pas, stap voor stap, stapsgewijs, langzaam.Mijn aandacht werd vooral gewekt door de vertaling van Schrittgänger als telganger.
De Dikke van Dale zegt over telgang: pasgang. Het in telgang lopen: 1. paard dat in draf gelijktijdig zijn beide linker-, daarna zijn beide rechterbenen verzet. 2. (bij uitbr.) ben. voor alle dieren die bij het draven de beide rechter- of de beide linkerpoten tegelijk op de grond zetten. Over het gaan in telgang bij mensen zegt de Dikke van Dale niets.
In de Engelse vertaling van telgang: ambling gait, amble. Er wordt onmiddellijk een verbinding met paarden gelegd: ambling horse, ambler. Ook in het Frans: amble. Telganger: cheval ambleur. 

Als iemand actief voorwaarts gaat, dan volgt de rechterarm het linkerbeen in de voorwaartse beweging en bij de volgende stap is dat de andere arm die het tegenovergestelde been volgt: kruisgang.
De gekruiste beweging neemt af naar mate iemand langzamer loopt, dan bewegen de armen en de schouders minder. Bovendien zijn de draaibewegingen binnen de wervelkolom minder duidelijk zichtbaar geworden. Actief langzaam lopen doet een appèl op het evenwicht. Hoe gaat iemand daarmee om? 
Wanneer mensen slenteren, zie je soms dat de ene lichaamshelft ten opzichte van de andere lichaamshelft voorwaarts gaat: telgang. Of is de benaming telgang voorbehouden aan viervoeters? Hoor je te zeggen dat iemand zich homolateraal voortbeweegt? Sommige paarden hebben de beschikking over zowel telgang als kruisgang. Dat is lang niet bij alle viervoeters het geval: kamelen en olifanten zijn telgangers, neushoorns zijn kruisgangers. Leggen woordenboeken bij telgang meteen het verband met paarden omdat ze zowel telganger als kruisganger kunnen zijn? 

Flaneren is ook langzaam lopen, al roept dat bij mij een ander beeld op dan bij slenteren of sjokken. Er zijn veel woorden die betrekking hebben op de manier waarop wij voorwaarts gaan: kuieren, stiefelen, stappen, stampen, sjokken, tippelen, doortréden, banjeren, waggelen, hompelen, hollen, voortbenen, rennen, snellen, ijlen… Het is een kunst om al die nuances op een heldere manier te beschrijven. Met een beetje geluk zie je het wel allemaal voorbijkomen in het voetgangersgebied.

Meer dan een hand alleen

Niet alleen hand die wat doet, maar een arm die vastzit aan een heel lijf: een blik op het Vrijheidsbeeld in New York. Let op die geheven arm met de fakkel. Probeer zelf eens zo te gaan staan! Opvallend dat de mensen, die op de boot foto’s namen van voren, later weinig belangstelling hadden voor haar zijkant.

Wil iemand in staat zijn om dit gebaar te kunnen maken, dan vraagt dat het nodige. Om maar wat te noemen: actieve benen, volledig gestrekte wervelkolom, voorkant niet ingetrokken en innerlijk volledig achter dit gebaar staan. Hoe haar houding met dat specifieke gebaar de kijker confronteert, blijkt uit de reactie van al die mensen: ze doen iets terug, ze maken een foto! Dat camera’s geen fakkels zijn, zie je meteen.

*

De vriendin, die me deze foto’s opstuurde, had een ruimere blik. Terecht, want als je naar houdingen kijkt dan geeft elk standpunt er een ander zicht op.
In de medische wereld is het gangbaar om van drie kanten naar het menselijk lichaam te kijken: voor/achter, links/rechts en boven/beneden.
De beeldende kunst pakt het wel eens van ‘driekwart’, zoals schuin van achter dat je meer kanten tegelijk kunt zien, zij het van allebei de kanten een beetje.

Het zijaanzicht toont hoeveel vaart en energie deze dame heeft om het vuur van de vrijheid uit te dragen. Door met die rechtervoet af te zetten en de linker volledig op de grond laat staan, kan ze de fakkel zo hoog mogelijk laten zien zonder verlies van stabiliteit. Zowel van voren als van opzij is er een denkbeeldige lijn te trekken midden door haar heen, ze staat stabiel en stevig in de as.

De controle daarvan vraagt om een helicoptertochtje om haar van boven te kunnen zien, maar het kan simpeler.

Er is een bouwtekening op deze link te zien: http://fr.wikipedia.org/wiki/Statue_de_la_Libert%C3%A9
Op diezelfde link staan meer wetenswaardigheden, zoals de bronnen van inspiratie, de schepper van het beeld en waar er copieën te zien zijn.
Voor niet-Franstaligen: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vrijheidsbeeld_(New_York)
Voor mensen die graag de binnenkant willen zien: loop mee door de as omhoog de trap op naar haar stralenkrans, waar ramen inzitten: http://www.youtube.com/watch?v=71eOonyHJfQ

Dubbel

     

Onlangs stond ik een sinaasappeltje te persen. Het plastic persje in de gootsteen gezet, dat voorkomt gespetter op het aanrecht en bovendien werk ik niet boven mijn macht. Bij de persbeweging maak ik een schroefbeweging van mij af. Daarbij geef ik druk want het sap moet eruit.
Tijdens het afspoelen realiseerde ik me dat we bijna geen kranen meer open en dicht draaien. Moderne kranen laten het water stromen door een hendel op en neer te bewegen, soms links/rechts of een combinatie ervan. Er zijn ook kranen waarbij je niets hoeft te doen omdat een oog beweging registreert en ‘ziet’ dat de kraan het water moet laten lopen. Totaal anders dan de waterpomp in de keukens van weleer, die hadden een zwengel om per zwiep een plens water te laten stromen.
   

     

   

Waarom vertel ik hierover? Design maakt onze spullen mooi om te zien. Vaak een teruggrijpen – let op het woord – op bewegingen als op en neer, heen en weer, een knopje indrukken of alleen maar een vinger op een bepaalde plek leggen zonder extra druk, een lichte aanraking is al genoeg. Het licht uitdraaien bestaat nog… weliswaar met een dimmer die draait. We spreken van ‘je draai vinden’. Ik vraag me altijd af of dat ook letterlijk is. Als baby buigen en strekken we onze ledematen, maar de rotaties – het draaien –  leren we later. Als we beweging inleveren zijn de rotaties, de draaiingen, vaak het eerst aan de beurt. Een eerste signaal is bijvoorbeeld dat het lastig is om op de fiets linksom over je schouder te kijken om te zien of er wat aankomt voordat je veilig linksaf kunt slaan.   

Niet alle design is praktisch in het gebruik. De ouderwetse sinaasappelpers is een uiterst praktisch ding bovendien makkelijk te reinigen na gebruik. Die dingen met een hefboom zijn lastig schoon te maken, bovendien zijn ze niet goed te gebruiken voor een grapefruit. Daarom pleit ik voor het simpele handpersje. Klop een eitje met een garde, net als het beslag voor cake. Een losse pols geeft bovendien lucht aan het beslag! Voor al die mensen, die veel achter een pc zitten en met de muis hun pols klem zetten, is het misschien aardig om eens vaker een eitje te kloppen, een sinaasappeltje te persen, deeg te kneden of klusjes met gewone schroevendraaiers te doen ter voorkoming van al te veel rechtlijnigheid, verkramping of verstarring.   

   

Is er organisch iets loos met je handen, dan is het heerlijk dat er intussen zoveel hulpmiddelen zijn om toch de dagelijkse dingen zonder hulp van iemand anders te kunnen doen! Bij een elektrische sinaasappelpers hoef je er alleen een halve sinaasappel, citroentje of grapefruit op te drukken met het gewicht van je hele arm, het ding neemt het draaien over.   

    

   


Het merkwaardige is wel dat de pakken met sap of melk een nieuw soort opening gekregen hebben: een schroefdop. Tegen het knoeien met schenken? Goed voor de pc-mensen, maar niet voor mensen met weinig kracht in de vingers. Pas liet iemand me zien hoe ze met een notenkraker haar pak melk open en dicht doet. Nood breekt wetten: hefboom van de notenkraker gaat verder dan voor de noot alleen!

http://nl.wikipedia.org/wiki/Tang_(gereedschap

 

  

  
 
 
 
 
 

 

  

Veranderingen

De titel van het stukje van deze week zegt genoeg. Ik had een stukje klaar, tekeningetjes gemaakt, gescanned en toen ging het mis. Een essentiële update gooide roet in het eten. De gescande tekeningetjes konden niet op de gebruikelijke manier ingevoegd worden. Ik zal me moeten verdiepen hoe de nieuwe procedure werkt. Ongetwijfeld nuttig om niet in te suffen in oude systemen of vaste stramienen, maar deze week wordt het gewoon een ander stukje zonder illustraties.

Vanmiddag was ik in het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen. Hele vernuftige dingen gezien en nieuwe ‘oude’ woorden geleerd: tagrijn, smak, galjoot, scheepsvictualiën. Ook het woord ‘altoos’ is zo mooi! Ik werd erop geattendeerd dat mensen de zee op gingen om de wereld verkennen. Er zijn prachtige schepen gebouwd op basis van ervaringskennis en nieuwsgierigheid. Niet op basis van wetenschappelijk onderzoek; men durfde het experiment aan om te proberen dat te maken waar behoefte aan was. Heel wat ambachtelijke vaardigheid kwam eraan te pas.
Bij het zien van een hedendaags cruiseschip, een drijvende wolkenkrabber op zee, moet ik er altijd aan denken hoe vroeger de wereldzeeën bevaren werden. Zonder geavanceerde elektronica, maar op basis van wind, veel mankracht, een kompas en boten van hout. Windjammer is een woord wat een speciaal gevoel oproept, niet te vergelijken met oceaanstomer of mammoettanker.

De filmer Jean Renoir schreef een boek over zijn vader, de schilder Renoir. (‘Pierre-Auguste Renoir, mon père.’ ISBN 2-07-037292-8). In dat boek las ik dat verf in tubes iets nieuws was. Tubes zijn makkelijk om mee te nemen naar buiten de natuur in. Geen mensen meer nodig die verf maken voor de schilders. Dat ambacht werd afgeschreven. Er is wel iets nieuws voor in de plaats gekomen. Want zonder die tubes geen Cézanne, geen Monet, Sisley of Pissarro, kortom geen impressionisten.

Komende week zal ik er achter zien te komen hoe handig de nieuwste veranderingen blijken te zijn.