Met beide benen op de grond

Voordat de appels en peren vanzelf uit de boom vallen, pluk je ze! Een leuk werkje, handig om het met z’n tweeën te doen. De een op de trap en de ander houdt de trap vast. Sta je op de trap, dan fixeer je jezelf met je benen en met één hand pak je een stevige tak vast, vanuit die eigen stabiliteit zuigen de poten van het trappetje zich vast in de grond. De vrije hand plukt de peren en doet ze in de mand die je maatje klaar houdt.

Er zijn meer manieren om fruit te oogsten, afgekeken van de collectezak of van het vlindernetje van Prikkebeen.
Een lange stok met een zak aan het eind, rondom de opening een stevige rand van plastic met afweerhaken om het fruit ook op afstand te kunnen plukken door een rukje achter het steeltje te geven, waarbij de vrucht in de zak valt en gaaf blijft.

Ditzelfde principe bestaat ook voor ramen lappen zonder op een ladder te hoeven wiebelen. Een stok – al of niet flexibel – met een uitschuifbare steel waar de spons en zeem aan vast zitten. Bij officiële glazenwassers komt er ook nog water uit die lange stok. Toen ik zocht naar glazenwassers in actie heb ik vol bewondering naar al die actiefoto’s gekeken, want met alle architectuur van nu heeft het beroep van glazenwasser er een alpinistische kant bij gekregen!

glazenwassen.web-log.nl/glazenwassen

glazenwassen.web-log.nl/werk_in_uitvoering

Het is niet voor niets dat de meeste mensen toch graag met beide benen op de grond staan, daar kan geen valpreventie of valtraining tegenop!

Werk aan de winkel

 

Westenwind in oktober brengt de herfst naar Groningen. Het is een wind met een luchtje, afkomstig van de suikerfabriek uit Hoogkerk. Apart dat het hier dan niet stinkt zoals vroeger, toen we klein waren en door Halfweg reden tijdens de bietencampagne, terwijl het toch het typische suikerfabriekluchtje is. Maar …ik ruik het nog niet.  Er is nog maar één fabriek en die ligt verder westwaarts, bovendien zijn luchtjes taboe geworden.

De wind waait al wel bladeren van de bomen en dat blad vegen we op. De gemeente doet het met mannen met oorbeschermers op. Mannen, die met  brommende bladblazers door het plantsoen banjeren. Als particulier met een stadstuin, pak je de bezem uit de schuur en dan begin je gewoon ergens. Ja, letterlijk gewoon ergens beginnen. Dat leerde ik uit een kinderboek, Momo en de tijdspaarders van Michael Ende. Daarin doet de oude straatveger uit de doeken hoe dat in z’n werk gaat. Hij zegt het zo: ‘je doet een stap, een veeg en een ademhaling’.
Wanneer je die passage uit het boek hardop leest, dan hoor je het ritme van het vegen. Een ritme niet te snel, niet te langzaam, maar zo dat je het heel lang kunt volhouden. Na een tijdje kijk je achterom en zie je hoeveel je gaandeweg al gedaan hebt. Vegen is een prettig werkje; het stemt je tevreden.


Leon de Winter daarentegen, laat de hoofdpersoon uit De ruimte van Sokolov verzuchten dat het vegen van de straat akelig werk is. Je moet je handen beschermen met handschoenen om geen blaren te krijgen. Bovendien oppassen dat je er geen van rugpijn krijgt. De hoofdpersoon denkt wel vol bewondering terug aan zijn jeugd: potige vrouwen in Rusland, dagenlang onvermoeibaar bezig met het blad bijelkaar vegen.  Mijn herinnering gaat naar vroeger op het schoolplein, toen we hutten van bladeren maakten. Droog blad, waar je zo vrolijk doorheen loopt omdat het ritselt.

Voor mijn huis tussen de auto’s ontstond dit bladerenveeg-blog omdat het licht mijn ogen naar het gevallen blad toe trok.

Verrassend is dat vaak in kinderboeken beschreven staat hóe je een vaardigheid onder de knie krijgt en dat het leren doen je plezier geeft: de afgelopen week was kinderboekenweek!

Huismiddeltje

‘Koel houden!’ was het advies, nadat ik mijn scheenbeen nogal hevig aan het metalen zwembadtrappetje gestoten had. Dat koelen deed ik eerst met washandjes gedrenkt in koud water. Gedoe, met gedrup en plasjes water op de stoel en op de grond.

Ik bedacht me dat er een flessenkoeler in het diepvriesvak lag. De temperatuur van mijn scheenbeen was echter zodanig, dat het effect van die doorgeknipte koelmanchet van korte duur was. Niettemin had het me wel op het volgende idee gebracht : laat ik een stukje vlees van het diepvriesvleespakket op mijn been ontdooien!
Eerst het vlees overpakken in een handzamer plastic zakje en het huismiddeltje van lang geleden (een mooi stuk vlees op een nare wond leggen) is met een kleine variatie ook nu nog van toepassing. Ik ben verrast hoe snel mijn scheen een sucadelap uit de diepvries ontdooit!

De bult is weg en het draadjesvlees smaakte heerlijk.

Het boomvrouwtje

Dit vrouwtje kreeg ik toegestuurd.

De benen kunnen niet uit de voeten, maar dit hoofdloze boomvrouwtje ontworstelt zich aan alle beperkingen en swingt lekker in de romp met armen, die al uitlopen…

Op kop

Deze enorme boom in de botanische tuin in Aswan (Egypte) leek te willen opvallen met een menselijk kunstje: op kop, met de beide benen in de lucht! Wel het bovenlijf verstopt onder de grond… Geen probleem, want een boom ademt net even anders dan wij mensen.

Staan wij ook zo op kop, dan hebben onze lendenen graag een steuntje. Een bijzondere bijkomstigheid van deze houding is de adembeweging, die eerst nog wat in de knoei raakt door het zoeken hoe ver je je benen en je romp omhoog kunt uitstrekken. Heb je de juiste richting gevonden, dan komt er spontaan beweging in de buikwand en is het bedrukte gevoel meteen weg.
Die adembeweging, de beweging naar binnen, geeft ruimte. Anders gezegd: zo staand, kunnen je benen veel vrijer bewegen dan wanneer je gewoon op je voeten staat. Benen zijn ineens een soort armen geworden en je bovenlijf speelt voor statief.

Het is een feit dat de meeste mensen toch te veel boom zijn om op kop te kunnen lopen. Gelukkig kunnen we ons gewoon uit de voeten maken, al gaat dat een stuk soepeler als je af en toe eens op kop onderzoekt wat je benen dan allemaal voor kunstjes kunnen doen!