Koffie!

Bij mijn Oma Hesselink rook het naar koffie. De koffiebranderij was aangebouwd achter de schuur. Alles ging primitiever, nog met veel handwerk zoals het koffiepikken. Dat betekent foute bonen eruit halen. (Isaac Israels schilderde rond 1900 koffiepiksters )


Die tijd is voorbij, maar we drinken nog altijd zuivere koffie!

HESSELINK KOFFIE


In deze tijd van het corona virus maak ik iedereen attent op de koffie met mijn achternaam: Hesselink Koffie! De horeca is gesloten, nu thuisbezorgd: koffiebonen, snelfiltermaling of cupjes! Kijk op: www.webshop.hesselinkkoffie.nl

Van bolwerk naar boulevard

In deze tijden van binnen blijven, trekt het naar buiten willen enorm. Het valt me op dat vooral ‘s middags meer mensen graag een rondje door het plantsoen lopen.


Sommige mensen kuieren of ze slenteren, stiefelen, tippelen of banjeren. Er zijn heel veel woorden om uit te drukken hoe iemand zich verplaatst. Schrijden, sloffen, hompelen, huppelen en dartelen…


Het Noorderplantsoen is in de plaats gekomen van de voormalige verdedigingswallen rond de stad. Het bolwerk rond de stad. Het woord boulevard is afgeleid van bolwerk. Op een boulevard flaneer je…

De Q van Quarantaine én van Quilt

Al een tijd ben ik bezig om alle quilts van mijn moeder na te tekenen en ze te inventariseren op datum en naam. Het zijn er veel. Gezien de sociale onthouding door het corona-virus heb ik alle tijd en rust om ermee bezig te zijn.


Er is een quilt bij met de naam: Het Land Nod ten Oosten van Eden. Achterop staat een verwijzing naar Genesis 4: 3-17 bij. Ik zoek het op.


Bij toeval lees ik een bericht over de nieuwe vertaling van John Steinbeck’s boek East of Eden (Ten Oosten van Eden). Dit boek stond in mijn moeder’s boekenkast. Is deze quilt een verwijzing naar dat boek? De quilts blijven even liggen, ik ben gepakt door dat boek…

Vleugels…

Mijn oog valt op de voorkant van een tijdschrift: een foto van een grote vogel met de vleugels naar beneden. Ach, wat treurig…denk ik. Mijn volgende gedachte: Zou dit het laagste punt van de naar beneden gaande vleugels zijn, het omslagpunt? Vanuit hier weer omhoog?


Hoe ruim is zo’n wiekslag? Met hoeveel kracht gaat dat gepaard? Hoe wijd gaan die vleugels uit om mee te gaan in de termiek? Hoe groot is die vogel?


Ook hele andere gedachten: waarom roepen die vleugels naar beneden gericht een gevoel van treurigheid op en het omhooggerichte juist vrolijkheid? Een treurwilg is ook niet echt treurig, dat neerhangende oogt ook als stromend water. Het is de eerste boom hier bij de vijver die het groene waasje heeft…

Grond onder de voeten!

We doen de wandeling door het Korenburgerveen bij Winterswijk. Kaplaarzen aan, het is een drassig gebied. Het is er stil, we horen vogels en om het half uur de trein. We zijn vroeg in de ochtend, we zijn de enige wandelaars. 


Die kaplaarzen zijn geen overbodige luxe, het is zompig. Het loopt zwaar. Niet te lang stilstaan, dan zak je weg en trek je met een slurpend geluid je laarzen uit de modder.

Toch loop ik liever met échte grond onder mijn voeten. Stevigheid om je op af te zetten, hier is het prut. Tot er op het laatst een lange loopplank ons boven het veen naar de ingang van het beschermde terrein brengt. Blaren op mijn voeten, nee ik ben geen loper, maar ik zit wel tevreden aan de koffie na die 12 kilometer door dit terrein…