Op straat 2

Wanneer je blik naar beneden gericht is, zie je het gevallen blad. Toch heb ik meegekregen dat je beter vooruit kunt kijken, dan blijf je mooi verticaal en til je je benen wat makkelijker op.


Lopend door de stad zie ik hier en daar koperen deurknoppen. Soms glimmend gepoetst en soms verweerd. Tot ik echt omhoog kijk en verrast ben om het uiltje op de punt van een van de daken van het voormalig Natuurkundig Laboratorium op de Westersingel te zien.

Dat uiltje staat ongetwijfeld voor wijsheid. De gebouwen van nu zijn strak. Geen plek voor zulke ornamenten? Ik ga opletten…

Op straat…

Er zijn verschillende routes die ik regelmatig loop. Hoewel de bomen nog flink in het blad zitten – ze zijn wel aan het verkleuren – liggen er toch ook al heel veel blaadjes op de grond.


Op de heen en terugweg raap ik verschillende soorten blaadjes op. Thuisgekomen spreid ik ze uit op tafel, een beetje zoals vroeger om een herbarium te maken of om ze ergens neer te leggen omdat herfstblaadjes zo mooi opdrogen.


Ik teken ze na. Van welke bomen zijn ze afkomstig? De eik en de Amerikaanse eik herken ik, maar de rest niet. De volgende keer maar eens omhoog kijken hoe de bomen er nu nog uitzien voordat ze kaal zijn en dan een boek erbij pakken…

Mondkapjes en maskers

We worden nu aangeraden mondkapjes te dragen, maar dat is niet voor het eerst: lang geleden werden er ook maskers gedragen in tijden van besmettelijke ziekten en epidemieën.

De pestmeester of snaveldokter beschermde zich met een masker, bril en speciale kleding. Kruidenaroma’s in de snavel moesten de pest verjagen.

Ik ben blij dat we vandaag de dag niet met zo’n snavel hoeven te lopen, maar dat een eenvoudiger ding voldoende is. De pestmeester met zijn masker en kostuum leeft nog voort in de carnavalsmaskers van Venetië.

Meenemen

Vanmiddag valt mijn oog op iemand die iets lekkers meeneemt. Ze draagt het pakje alsof haar hand een presenteerblaadje is.

Ik moet denken aan hoe in Frankrijk taartjes verpakt worden. Het wordt ingepakt met papier en daaromheen wordt een koordje gelegd met een lusje, zo bungelen de taartjes als een kabelbaanbakje aan je hand naar de plaats van bestemming.


Ook De Wilde Slager verpakt je gekochte waren in papier met een rood/wit koordje. Nee, geen gebungel. We zijn in Groningen.

Kleur en contour

De latere schilderijen van Claude Monet en William Turner zijn vooral kleur, de scherpe contouren ontbreken. Ik moet eraan denken, want het is een verrassing hoe anders de wereld er uitziet na een staaroperatie. 


Het groen in de tuin was groen met veel geel erin, nu is het groen gemengd met grijs, bruin en blauw. Bovendien hebben de blaadjes scherpe contouren gekregen. Het rood, het geel en oranje is intens en het wit is hard. Het vogelhuisje blijkt niet grijs met zwart te zijn, maar het is blauw met een donkerpaars dakje.


Het is een verrassing dat ik zoveel hageltjes op mijn boterham kan zien dat ik bijna ertoe neig om ze te gaan tellen…