Water en zon


In de tuin staat een grote pot met winterviolen te kwijnen. De viooltjes hebben de winter doorstaan, maar daar is alles mee gezegd.

In een opwelling zet ik ze op een andere – zonniger – plek in de tuin en geef ze meteen een flinke plens water. De volgende dag is de kleur van het blad veranderd van donkergroen naar een veel lichtere en frisse tint!



Wat is het nu geweest? De andere plek met meer direct zonlicht of het water?
Vandaag krijgen ze verse potgrond, dan gaan ze vast ook nog bloeien…

Het Zwarte Gat

Afgelopen week stond er een bijzondere foto in de krant: Hét Zwarte Gat.
Het lijkt op een gloeiend hete donut die op een zwarte ondergrond ligt.

Moeilijke materie, lastig om het je precies voor te stellen. “Het is het tegenovergestelde van de oerknal”, hoorde ik Robbert Dijkgraaf zeggen op de radio. De TIJD begon bij de oerknal en eindigt in het zwarte gat.

Vanmiddag koelt de net uit de oven gekomen tulband af op het rooster boven het zwarte aanrecht. Ik zie het van boven. Mijn oog valt op het zwarte gat in het midden. Dit is toch eenvoudiger materie…

Beweging zonder het te zien

In het niet-in-kaart-gebracht-gebied zitten we op een bankje naast het huis. De bomen hier tegenover ogen onbeweeglijk, er is geen wind. De krentenboompjes staan op het punt van bloeien. Het eerste bloesempje is al uit. Straks meer? Je ziet het zonder het te zien.

De bomen krijgen al een kleurtje, allemaal tinten zachtgroen en tussendoor de waasjes kleur die nog niet weten welke kleur ze gaan worden. Over een maandje is dat volkomen duidelijk.

Vogels met heel veel verschillende geluiden zijn actief in dat prille groen. Je ziet ze niet, je hoort ze. Kortom beweging hoeft niet altijd meteen zichtbaar te zijn, alleen de trein, die zien we nu wel. (zie ook blog d.d. 15 september 2018)

Stiefelen, stroffelen, smikkelen en kokkerellen.

Stiefelen, stroffelen, smikkelen en kokkerellen…
Woorden die zelden nog gebezigd worden. Stroffelen en stiefelen, kuieren en tippelen zijn nuances van lopen die niet goed uit te leggen zijn. Stroffelen lijkt op sloffen en struikelen tegelijk, toch is het anders. Je herkent het wanneer je het ziet of zelf overkomt.

Iemand, die kokkerelt, is met plezier bezig in de keuken. Misschien met een schort voor. Vervolgens is de persoon, die dat met smaak opeet, aan het smikkelen. Smikkelen kan natuurlijk ook van een schaaltje met iets lekkers bij de thee.

Stiefelen, kuieren, kokkerellen en smikkelen we dit nog wel? Vast! Alleen met andere woorden of vastgelegd op een filmpje, inhoudelijk blijven we toch hetzelfde doen.

Blikvangers 5

De expositie Utrecht, Caravaggio en Europa is te zien in het Centraal Museum in Utrecht, daarna in München. Het museum geeft goede informatie om de bezoeker wakker te maken voor het een en ander.

Ik probeer, zonder die hulp, ter plekke zélf te kijken. Misschien heb ik nu wel veel gemist, maar ondanks dat de meeste schilderijen me niet zo raken, valt één schilder me steeds op. Er is licht in een donkere omgeving, waardoor de afbeelding iets speciaals krijgt. Hij heeft ons vast ook iets olijks willen tonen.

En dan zie ik opeens het aantal vaste modellen, die hij in een andere opstelling en in verschillende taferelen ten tonele voert. Hier word ik vrolijk van, want ik heb zélf iets gezien.
Het zijn de schilderijen van Gerard van Honthorst.