Lijntjes

Bij het opruimen kom ik een notitieblokje tegen met een duidelijk Japanse illustratie. Die afbeelding komt op alle blaadjes terug. Het is een zittende vrouw met een waaier in haar rechterhand en ze pakt een tasje met haar linkerhand. Ze zit onderaan de bladzijde van dit langwerpige blokje.

Er lopen hele dunne lijntjes van boven naar beneden, het zijn er acht. In eerste instantie ben ik geneigd om het blokje dwars te liggen, maar dat is vreemd want dan zweeft die bezige vrouw.


Ineens weet ik het: Japanse karakters vullen het papier van boven naar beneden en van rechts naar links.

NULVIJFTIG

De stoplichten voor fietsers hier in Groningen trekken alleen mijn aandacht wanneer ik moet stoppen of door mag rijden. Rood en groen verder niet. Bij het symbool voor een fiets heb ik wel eens de gedachte gehad, hoe bijzonder de kunst van het weglaten is. Wat blijft er over van een fiets? Alleen de wielen en het stuur?

Onlangs werd ik erop geattendeerd dat fietsers altijd weten dat je hier in Groningen bent, de afbeelding is namelijk helemaal geen fietser maar het kengetal 050.

Hieruit blijkt maar weer dat ik geen gevoel voor getallen heb, tenminste in zoverre dat ik weet dat je niet meer moet uitgeven dan dat er binnen komt en dat lukt nog wel aardig.

Opruimen!

Er zijn momenten dan komt het over me: de opruimwoede. Als het zover is, is het zaak om die golf van energie te benutten. Hetzelfde geldt voor schoonmaken.

Hoe komt dat toch? Kijk ik naar mezelf dan is het misschien net als bij broedse kippen. Zij leggen hun ei, maar ik sla aan het opruimen en aan het poetsen. Hormonaal bepaald? Ik weet het niet, mogelijk een oplopende ergernis die verdwijnt als je wat gaat doen en dat start min of meer onbewust.

Ik neem mijn boeken onder handen, stuk voor stuk. De boeken zien de bui al hangen: mag ik blijven of moet ik de laan uit? Ik herlees stukjes of het hele boek. Zal ik dit boek ooit nog weer inkijken? Zo ontstaat vanzelf en nieuwe orde in mijn boekenkast: Ordnung muss sein!

Achter de geraniums?

‘Achter de geraniums zitten.’ Waarom worden die planten in verband gebracht met mensen die weinig ondernemen? Waar komt die uitdrukking vandaan? Ik geniet van de scharlakenrode kleur van de geraniums, die hier vrolijkheid in de tuin brengen.

Het is bijzonder hoe planten bewegen. Ze groeien naar het licht, knip je de uitgebloeide bloemen eruit dan bedanken ze je met nieuwe bloemen. Ik zie het bij de rozen, maar ook bij geraniums.

Gelukkig ben ik niet de enige die van geraniums houd. Ik kwam een ware ode op de geranium tegen in Paustovski’s Boek der Omzwervingen. Hij ontmoet Gorkij die zegt dat geraniums in werkplaatsen, waar slotenmakers, schoenmakers en anderen hun beroep uitoefenen, de muffe lucht zuiveren.
Kortom wil je actief blijven, vergeet die mooie uitbundig bloeiende geranium niet. Tussen de geraniums dus!

Witte plastic buisjes

Je ziet ze vaker, die mensen met kleine staafjes van wit plastic in hun oren. De eerste keer dat ik het zag, vroeg ik me af wat het zou kunnen zijn. Iets van na een operatie? Oordopjes tegen overmatig geluid en bovendien met een steeltje zodat ze makkelijk uit het oor te verwijderen zijn? Of zendertjes die dan zeggen: ‘Bij de volgende hoek slaat u links af.’

Die mensen bewegen zich net zo als iemand met oordopjes of een ander geluidgevend ding op je hoofd. Die mensen kijken niet op of om, ze houden hun hoofd relatief stil en volgen met hun benen de blikrichting van hun ogen, die op oneindig afgesteld staat. Ze schrikken wanneer je ze per ongeluk aanstoot.

Interessant om te observeren en te vergelijken met mensen die nog een mobiel in hun hand houden en zonder oordopjes in gesprek zijn…