Lely

Destijds stond het beeld naast de Stevin Sluizen bij de Afsluitdijk. Met een dikke jas aan, de zeewind trotserend, kijkt hij in de verte naar de inpoldering van het IJsselmeer. Het is het beeld van Mari Andriessen van Ir. Lely.

Zou Lely het daar bij die sluizen misschien te tochtig gevonden hebben? Het beeld is verplaatst naar het Monument op de Afsluitdijk, de plek van de afsluiting van de Zuiderzee. (werkelijke reden: verkeersveiligheid.)

Met de trein door de polder kijk ik op station Lelystad naar buiten en daar zie ik nu dezelfde Lely hoog boven op een zuil. Niet weer verplaatst, maar dit is een dubbelganger die een voorkeur heeft voor zuidenwind.

Zonnebloemen met modder

In het Groninger Museum is momenteel de expositie ‘Kleur’ te zien. Werken uit eigen collectie zijn gerangschikt rond één bepaalde kleur. Ze maken duidelijk dat een kleur een heel spectrum aan betekenissen kan hebben.

We hebben nu vrolijke felgele zonnebloemen op tafel om het zomerse mee naar binnen te nemen. 

De kleine man is hier en kijkt naar de bloemen. We leren hem dat die bloemen zonnebloemen heten. Hij wijst naar het donkerbruine hart en zegt: dat is modder! Daar hadden wij nu niet meteen aan gedacht…

Delfzijl

Op een van deze hete dagen stappen we op de trein naar Delfzijl. Voor veel mensen is dat een oneindig ver stukje Nederland, aan de uiterste grenzen van ons land. Voor ons is het net een half uurtje treinen.

Ooit wandelde hier Georges Simenon, die nauwkeurig observerend materiaal opdeed voor zijn Maigret-verhaal: Un crime en Hollande. We wandelen langs de plekken die hij gebruikte om zijn verhaal te schrijven.

Delfzijl heeft hem geëerd met een standbeeld. De scherpzinnige commissaris staat rustig onder het loof met zijn pijp in de hand, maar zijn hoofd is inmiddels omkapseld door spinnenwebben. Het wordt tijd voor een opvolger, ik denk aan Lupin…

Zomerse vertraging

Het herlezen van oude Maigret boekjes (Zwarte Beertjes) is bijzondere ervaring. De vertraging in de verhalen en de nauwkeurige beschrijving van de plekken in Parijs waar de commissaris zich bevindt, passen in de laatste week van verstilling hier in Groningen, voordat de hectiek van de KEI-week en Noorderzon weer in alle hevigheid over ons heen komen.

Commissaris Maigret lijkt zich nooit te haasten, hij verplaatst zich bedaard te voet, neemt soms de métro of stapt op de bus. Toen hadden sommige bussen nog een open achterbalkon, heel prettig voor de pijprokende Maigret. Er wordt veel en smakelijk gegeten en gedronken. 

Je waant je in een Parijs van vroeger. Dat is heerlijk en daarom neem je graag voor lief dat er niets klopt van de ontspannen manier waarop de verschillende moorden worden opgelost.

Van geuren die voorbij gaan…

Vanmorgen fietste ik langs Niemeyer (tabak), de vestiging hier in Groningen wordt binnenkort gesloten. De zoetige geur van de tabaksverwerking verdwijnt voorgoed. Er zijn in de loop der jaren meer industriële geuren uit de stad verdwenen, bijvoorbeeld de geur van koffiebranden en van de suikerfabriek. 

De allereerste Maigret, over de Franse commissaris van politie die een moord moet oplossen, speelt in Delfzijl. Het is geschreven in 1931. Het valt Maigret op dat het in Nederlandse cafés naar jenever en verschaald bier ruikt, kennelijk anders dan wat hij in Frankrijk gewend is.

Wat zal er over zo’n honderd jaar geschreven worden over geuren? Geen rokerslucht, geen uitlaatgassen…