Lijn 16

Lang geleden gingen we in Amsterdam naar de tandarts, naar Oom Phlip, een vriend van mijn ouders. Vanaf het Centraal Station met lijn 16, een blauwe tram. Mijn broer en ik kenden alle haltes van die tram. We speelden thuis met de koffiemolen tussen je benen ‘trammetje’. Vooral halte Weteringsschans vraagt veel draaien, liefst wat nonchalant met één hand…

Ik woon al lang niet meer in de buurt van Amsterdam. Oom Phlip is al heel lang met pensioen. Weten kinderen nog wat je met zo’n ding doet? Ik heb het over de handmatige koffiemolen.


Nu lees ik in de krant dat lijn 16 opgeheven is. Weg! Verdwenen! Geen trams meer door de Lairessestraat… Maar lijn 5 gaat wel van station Amsterdam-Zuid naar de van Baerlestraat en dat is uiterst praktisch als je in Groningen woont.

Tweed

De herfst is over het hoogtepunt heen, het overgebleven blad is geel en ligt op de grond. Het trottoir ligt er vol mee. Het oogt als sjieke stof.


Ik sla mijn ogen op en kijk het Plantsoen in. Niet alleen geel, ook beige, bruin, roodbruin en groen alsof ik naar een heerlijk versleten tweed-jasje kijk. Zo’n colbertje met leer op de ellebogen en waarvan het model wat uitgezakt is. 

Herfstmode pal voor de deur…

Postzegels

De postzegel is intussen, net als de telefooncel, verbonden aan de vorige eeuw. In Italië moest je op het postkantoor de postzegel plakken met plaksel en een kwastje. Dat is voorbij, maar de telefooncellen bestaan daar nog.


Hier zijn de telefooncellen verdwenen en het aantal brievenbussen is drastisch beperkt. Minder ommetjes met het doel om een brief te posten. Heel bijzonder gaat het worden om een handgeschreven brief of kaart op de mat te vinden.


Een uitzondering is misschien nog een tijdje de kerst- en nieuwjaarspost. In een vergeten doosje vind ik aangebroken velletjes met decemberpostzegels van 2015, 2016 en 2017… Dit jaar ga ik ze gebruiken!

Stikstof

In de jaren 70 had ik een Eend (2CV). Vanuit Groningen naar de Randstad waren de wegen nog voor een groot deel tweebaans en met tegenwind over de Afsluitdijk was ik blij met een vrachtauto voor me om van de zuiging te profiteren. Al met al 100 km/uur was een uitzondering!


Intussen heb ik de test gedaan hoe het is om niet sneller te gaan dan 100 km/ uur van Groningen naar Dordrecht. Het is prettig rijden met een constante snelheid of misschien past het woord traagheid beter.


Overigens: voor mijn gevoel waren we er net zo snel als altijd.

Kleuren

Soms is het prettig om suf naar buiten te staren. Zo zit ik daar en dan ineens kijk ik écht! Ik zie de prachtig gele bladeren van een rij bomen en een staalblauwe lucht erachter.

Ik herken de kleurencombinatie. Het was in Japan, we zaten op een bankje voor het museum. Een verpletterend gezicht dat helle geel en zo’n mooie blauwe lucht. Goethe kan vast vertellen waarom die kleuren elkaar zo versterken.


Apart dat ik hier en daar tegelijk ben, bovendien in het verleden én in het hier en nu…