Kijken in de dierentuin

Een rondje door de dierentuin kan zoveel verschillende aandachtspunten hebben. Kinderen herkennen hun speelgoedbeesten. Grote mensen vergapen zich aan de apen of herkennen iets in de gevleugelde gang van de struisvogel.

platvis 001kleinstekopie

Ik zie platte vissen van een flink formaat, die zich voortbewegen door met hun staartgedeelte heen en weer te gaan. Geen draaiingen, ze zijn plat en zo bewegen zich ook in twee vlakken.Verderop zeehonden, ze ogen onder water als bommen. Ze wentelen om hun as en hebben er ogenschijnlijk plezier in om op kop door het water te vliegen. Geen staartbewegingen, er is amper staart. Geen beweging vanuit de romp, ze hebben krachtig bewegende vleugels, die voor die soepele wendbare actie van het gestroomlijnde lijf zorgen.

zeehonden 001kleinekopie

Later zie ik dat de pinguins een kleinere versie zijn. Op het land verplaatsen zowel de pinguins als de zeehonden zich aanmerkelijk minder makkelijk. Zeehonden doen denken aan kinderen, die het kruipen nog lang niet onder de knie hebben en zich op hun buik voort schuiven. De pinguins gebruiken hun vinnen of vleugels om zich rechtop in evenwicht te houden en waggelen dan met de ene kant en dan de andere kant naar voren schuivend, rechtopstaande telgang.

Bij de roofdieren loopt het jachtluipaard over zijn vaste paadjes. Het ziet er nerveus uit, zo onrustig hij rondom kijkt. Hij gaat in een gebroken telgang, links achter tilt hij op en dan een fractie later links voor, vervolgens rechtsachter en rechtsvoor. Net even anders dan de hele linkerkant tegelijk ten opzichte van rechts, zoals andere dieren dat kunnen doen.
De koning der dieren, de leeuw, verplaatst zich vergelijkbaar met het luipaard, hij heeft een afwikkel gebaar in zijn poten, mogelijk valt me dat op omdat ik niet van bovenaf maar van een afstandje van opzij tegen hem aankijkt.

Zoeken we bij dieren naar iets menselijks of willen we iets menselijks bij dieren zien? Bij die enorme ijsbeer heb ik absoluut niet dezelfde gevoelens als bij een speelgoed knuffelbeer. Ik ben blij dat er een flinke gracht en een wand van glas tussen hem en mij is.

Zintuiglijke verwarringen

Vandaag heb ik een nieuwe fles vloeibare zeep in gebruik genomen. Vloeibare olijfoliezeep uit Marseille. Handiger dan het bekende vierkante blok. Toen ik het kocht kon ik kiezen tussen heldere of donkere zeep. Vanwege de afwisseling koos ik voor de donkere variant. olijfolie 001klein Wanneer ik op het pompje druk, komt er een fluddertje spul uit: appelstroop? Er komt een geur vrij: teer? En toch is het gewoon zeep op basis van zwarte olijven, waarmee ik prettig mijn handen was, een beetje anders dan anders. Echter, ik blijf verrast door die vreemde sensatie van appelstroop en teer, of misschien toch zwarte olijvengeur zoals van tapenade…

Is dit nu werkelijk anders dan wat mensen in de praktijk ervaren? Soms attendeer ik iemand erop dat hij of zij achterover helt en dat je zonder veel inspanning rechtop komt te zitten wanneer je in een onderuitgezakte positie met je hand je rug wat naar voren duwt (dat ‘holle’ gevoel) zonder verder iets met je borst of schouders te doen. Dat zit namelijk een stuk makkelijker, maar het voelt eerst vreemd. Een blik in de spiegel zegt iets anders.steuntje in de rug 001kopieklein Zintuigen helpen ons, maar kunnen ook verwarring teweegbrengen. Handen wassen met appelstroop is vast heerlijk kliederen, je krijgt er misschien hele zachte handen van, even je vingers af likken tussendoor geeft vast energie, maar ik hou het toch maar bij een zeepje.

Preventie

Er zijn woorden die overal opduiken. Preventie is zo’n woord. Ik vraag me af of je iets wat je achteraf had willen vermijden, vóór kan zijn. Ben je dan niet steeds bezig met vermijdingsgedrag en wordt die verbanning achtergrondruis? In een onbewaakt moment is het plotseling geen ruis meer en je zit met de gebakken peren.
Ik denk aan het fenomeen van vroeger op school. Je kent je les niet optimaal, je weet het, je wenst van harte dat je geen beurt krijgt en kijkt een andere kant op. Prompt krijg je de beurt. Heb je je goed voorbereid en wil je juist graag een beurt, dan word je overgeslagen.

Wanneer je gestaag bezig bent om je talenten te ontwikkelen en je koestert een brede blik, dan merk je in een veel eerder stadium dat je het en of ander anders kunt doen dan met oogkleppen op doorstieren en uiteindelijk daarin vastlopen.

Het lef hebben om een zucht te slaken en je te bezinnen waar je mee bezig bent, vraagt moed. Kort door de bocht gezegd: preventie betekent lef hebben om momenten van bezinning in te lassen en de tijd durven te nemen om een bepaald doel te bereiken.

Hebben we daarvoor nu een coach nodig? Of is het ook een optie om te luisteren naar de signalen die je lijf je geeft en daar trouw aan blijven?
Het leren luisteren naar je lijf, leer je niet op school, je krijgt het evenmin met de paplepel ingegoten. Je gooit het roer pas om als je vastloopt of anders gezegd: het blijft leren lopen met vallen en opstaan.
We willen het dramatisch vallen voorkómen en dat lukt alleen wanneer je valt in een vroegtijdig stadium, dan is het milder. Aan het vallen, letterlijk en figuurlijk, ontkomen we kennelijk niet. Een troost is dat we van opgedane ervaringen zeker de vruchten plukken. Over het algemeen lopen we ook gewoon, zónder te vallen en staan we dagelijks op!

Een boterhammetje met jam

We hebben al vroeg geleerd om niet alleen met een lepel, maar ook met een vork te eten. Soms nog een fase waarin een schuivertje wordt gebruikt, de tussenfase om met de linker én rechterhand onafhankelijke bewegingen te kunnen maken zoals dat later met mes en vork noodzakelijk is.

Tussen de middag beperk ik afwas door geen bord maar de broodplank te gebruiken om een boterhammetje klaar te maken en alleen een mes om te snijden. 
Echt tafeldekken met mes en vork en een servetje, doe ik alleen tussen de middag als er bezoek is en dan duurt het ook langer, zowel het eten zelf als het opruimen van alle spullen.
Tot ik afgelopen week zin heb in een boterham met jam. De jam kleddert. Geen zin in kleefvingers, kortom ik eet keurig met een echt bord en ben blij met mijn kleine vork.

boterham met jam 002kopieklein

Dat is de aanleiding dat ik op zoek ga naar de geschiedenis van de vork. Zou er heel lang geleden iemand ook liever geen kleefvingers gehad willen hebben? Of gaat het om het prikken? Ik lees dat de Romeinen met de vork bekend zijn. De vork verdwijnt samen met de sofa. Lodewijk XIV at met lepel en mes. De Engelse koningin gebruikt – volgens de traditie –  geen viscouvert, maar twee vorken bij het eten van haar vis.

En die kennis allemaal door het eten van een boterhammetje met eigengemaakte jam…

Het nieuwe jaar

Het nieuwe jaar is begonnen. Bijna vergeten dat dit een bedacht moment is in een continuïteit. Het dag- en nachtritme is een gegeven. De verschillende jaartellingen zijn er later bijgekomen. Een jaarwisseling lijkt op weglopen en weer binnenkomen tijdens een doorlopende voorstelling.

Indeling van de tijd in seizoenen kan heel goed zonder cijfers. Dan worden we nooit ouder, misschien wel wijzer. Verhalen over de zomer in contrast tot de winter of over de natte en de droge tijd. Een eerste telling ontstaat dan door afspraken zoals elkaar treffen tijdens de eerstkomende volle maan of vóór de zon weer op het hoogste punt aan de hemel staat na de nacht. We gaan met de kippen op stok.

kippen 001kopieklein

Zonnewijzers hebben altijd iets vrolijks door die zichtbare schaduwzijde. Het is een bijzondere indeling van een tijd die er is. De opschriften van zonnewijzers hebben daar soms een bepaald commentaar op. Díe tijd relativeert zeker de trein met drie minuten vertraging, maar het geeft chaos als we erin blijven steken. 

Ordeningen hebben we graag of het nu van de tijdsindeling is of van andere fenomenen. Iedereen die goed is in iets, ziet ordeningen, ervaart ordeningen, heeft ordeningen in de vingers en blijft zich in ordeningen verdiepen.

Betrokkenheid en in beweging blijven als wandelende zonnepanelen is misschien wel iets om in de huidige lineaire tijd even bij stil te staan.