‘………………Van mijn kant kan ik u zeggen dat de oefeningen welke u mij opgaf me nog altijd grif in het geheugen staan. Elke ochtend betracht ik, geholpen door mijn huishoudster, 10 beenzwaaien. Ook maak ik, zoals u mij indertijd zo stoutmoedig voorstelde, des avonds in bad wel eens een vogelnestje.’

Dit is een grapje in een reactie op mijn weblog. Toch zal iedereen het herkennen: een oefening of kunstje doen omdat het fijn voelt om te doen. Iets wat je goed bekomt dat eet je nog eens, iets wat te zuur is dat laat je staan omdat je maag dat niet verdraagt. Zo is het met bewegen óók!
Moeten oefenen, dat houdt een mens niet lang vol. Dan doe je dat omdat iemand gezegd heeft dat het moet of dat het goed voor je is. Valt de stok achter de deur weg, dan sla je die oefeningen een keertje over, je slaat nog eens een dagje over en dan komt de klad erin. Wat blijft is het schuldgevoel omdat je niet deed wat je eigenlijk wel had moeten doen. O, zo menselijk! Wanneer je ontdekt hebt dat er kennelijk verborgen talenten aan te spreken zijn, dan ga je vanzelf op zoek of er meer is wat binnen je bereik ligt. Wil je je iets eigen maken dan doe je daar vanzelf iets voor: net zolang herhalen tot je het in de vingers hebt gekregen. Oefenen, leren of trainen, maar voor muziekles studeer je.

Op een middag had ik aan iemand gevraagd of hij wist wat een ‘schouderstandje’ was. Dit wordt ook wel ‘de kaars’ genoemd. Fanatiek geploeter met benen over zijn hoofd en in de lucht, maar het lukte! ’s Avonds drong de vraag zich aan me op: ‘Rike, kan jij dit zelf nog wel?’ Hup op mijn rug op het kleed en de benen omhoog. Al lukte het niet meteen, toch: ik kan het nog! Voor de heer van het citaat zal het net zo verheugend zijn om in bad af en toe nog dat vogelnestje te maken.
Of het allemaal volgens de regels gaat………..dat doet er niet altijd toe. Als iemand enthousiast is, blijft hij in beweging, zelfs het schrijven van een stukje is er een uiting van.
Verhalen |
Donderdag was het zover: de mereltjes verlieten het nest! Dat gaat niet zomaar, dat uitvliegen. Pa en Ma Merel blijven druk met het aanvoeren van voedsel, terwijl het kroost zomaar ergens tussen het groen geland en gestrand is. In de hortensia niet te hoog van de grond piept een jonge merel, nog meer een bolletje veren dan een vogeltje.

Ik moest denken aan een zwembad, waar een kind op het randje staat te drentelen, moed verzamelt en in het diepe springt. De een heeft wat meer aanmoediging nodig dan de ander. Zo leek Pa Merel de volgende dag vanuit het morellenboompje een van zijn kleintjes – al meer een kleutervogel – aan te moedigen om naar hem toe te vliegen.

Zaterdag zag ik in het zwembad hoe een meisje met heel veel rust en geduld zwemles kreeg. Op verschillende manieren wordt haar ervaring met het water aangeboden. Ze ontdekt al doende de fenomenen van water zoals drijven, het hoofd onder en boven water, vooruitkomen op je buik of op je rug en springen in het water! Dit bedenk je allemaal niet, net als ademen dat doe je omdat je leeft. Leren is uitgenodigd worden om te doen, ervaringen opslaan en daarvan gebruik maken. Het is inspirerend om een geboren docent aan het werk te zien of het nu Pa Merel is met een jong of een mens die haar eigen ervaringen uitwisselt met een ander.
Mijn moeder zei me destijds: ‘Onderwijzen is geen vak, onderwijzers zijn een ras. Dat ben je of je bent het niet.’
Verhalen |
Terrasjesweer
Het is zomer en een van de leuke dingen van de zomer is het zitten op een terrasje. Soms met een tekenboekje en een kopje koffie (www.hesselinkkoffie.eu ). Soms alleen maar kijken: ‘Mensjes kijken’! Het is fascinerend om te zien hoe we ons voortbewegen en dat we allemaal ons eigen loopje hebben. Behalve zien, horen we het ook. Als kind herkende ik het geluid op de trap en wist meteen zonder te kijken wie er naar boven kwam: zaklantaarntje uit, boek onder de dekens en slapen als een prinses.

Vanmiddag zat ik op het terras thuis in de tuin. Er zit een merelnest verstopt in de blauweregen. Pa en Ma Merel hebben het erg druk om wormpjes aan te voeren voor de drie kleine mereltjes. Als je goed kijkt, zie je boven het randje van het nest alleen hun vreselijk grote bekkies die de halve dag wijd open staan. Ze zijn stil tot het moment dat het eten vlakbij is, dan hoor je ze geweldig tekeer gaan verscholen achter al dat blad. Pa en Ma hebben hun typische aanvliegroute met een tussenlanding in het morellenboompje of op de muur en de rozenboog.

Ineens hoor ik een heel ander geluid: getik alsof er iemand met hoge hakken voorbij loopt. Een geluid wat ik niet direct kan thuisbrengen, want hoge hakken klakken meestal sneller door. Het is een kraai of kraaiachtige die parmantig op het randje van de dakgoot voortschrijdt. Paradeert eerst hier over de goot en vervolgt zijn show bij de buren. Is dit de boze wolf uit een sprookje? Of de sluwe vos? Het eind van de goot is bereikt, de pantoffelparade stopt, hij slaat zijn vleugels uit en vertrekt…..
Verhalen |
Er is een periode geweest dat ik verwoed naar Atlassen keek. Atlas, de god met de wereldbol op z’n nek. Er zijn veel variaties hoe die bol gedragen kan worden, denk alleen al aan de armen en handen in verschillende posities. Atlas van het Paleis op de Dam mocht van Annie M.G. Schmidt in Wiplala de wereldbol naast zich neer leggen omdat hij al honderdvijftig jaar jeuk op zijn rug had en even wilde kriebelen.

Bovenop de Korenbeurs aan de Vismarkt in Groningen ligt de wereldbol links náást het beeld. Atlas is het niet, het is Hermes! Altijd in beweging zijn, dat doet zelfs een god niet. Hermes leunt gracieus met zijn rechterhand op de staf met de slangen. Hij staat losjes in de heupen. Al heeft hij zijn bovenlijf wat naar achteren, hij zakt niet uit. Daar is Hermes te actief voor. Hij overziet hoe het daar beneden op de Vismarkt reilt en zeilt. Zijn linkerarm met die open hand lijkt je blik te kunnen vangen en terug te spiegelen, zoals bij onderhands een bal vangen en werpen.
Voor mij was het een verrassing om te zien dat zelfs Hermes niet altijd in beweging hoeft te zijn, de uitwendige beweging bedoel ik dan. Wat er van binnen in zijn hoofd onder die helm afspeelt dat weten we niet. Zijn voorkomen straalt een actieve rust uit.
Hoeveel mensen zouden naar boven kijken, hem toeknikken en zich afvragen wat die bol toch naast hem doet. Hermes attendeert ons met zijn geopende hand op de wereldbol als symbool voor de wereldhandel. Een duidelijke verwijzing of aanwijzing, alleen het was me ontgaan. De symboliek van gebaren – zeker als het om gebaren van goden gaat – vraagt bij verklaring toch zeker een flinke dosis nederigheid.
Verhalen |
Hij heeft een helm met vleugeltjes op en hij heeft ook vleugeltjes aan zijn enkels. Zijn attribuut is de caduceus of mercuriusstaf. Het is Hermes of Mercurius, de god van de handel, de reizigers en de dieven. Hij is ook de boodschapper onder de goden. Die vleugeltjes, die stonden ook op logo’s van posterijen of van de spoorwegen. Vroeger, toen alles minder snel maar wel op tijd ging.

Meestal zie je hem voortvluchtig wezen, het puntje van de ene voet nog net vastgekleefd aan de sokkel maar zijn hele lichaam is al verder voorwaarts. Altijd staat hij gestrekt om die verticale lichaamsas gewikkeld met de andere arm hoog. Een beetje gedraaid dus. Nee, niet zoals je doet als je iets hoog uit een kastje pakt, dan heb je één kant uitgerekt naar voren en omhoog en de andere kant teruggehouden vanwege het contragewicht. Het lichaam maakt dan een zijwaartse boog, zonder draaiing. Hermes heeft niet direct een doel om iets te pakken, hij is als een roofdier wat in de lucht hangt en bidt om rap op zijn prooi te kunnen duiken. Hermes lijkt ook te zweven, vervuld van zichzelf met een lichtvoetig beentje elegant achterwaarts, soms een handje met een vingertje dat ergens heen wijst zonder meteen te begrijpen wat dat vingertje betekenen kan. Oppassen voor zakkenrollers misschien, want ook die heeft hij onder zijn hoede. Hij kent hun gewiekste vlugheid. Zou hij misschien ook de god van de fysiotherapeuten zijn? Staat hij ons bij om in één oogopslag zicht te krijgen hoe iemand zich beweegt?
Verhalen |