Op de fiets

Het is een zonnige zondagmorgen met de voorspelling dat het warm gaat worden, later op de dag kans op onweer. Ik besluit om vroeg te gaan fietsen. Nog geen hordes mensen op de been.  Zonder direct plan volg ik waar mijn fiets naar toe gaat. Zo nu en dan zie ik nog zo’n vroege vogel of er fietst iemand me voorbij. Een enkele racefietser die met een speciaal tingeltje (anders dan de fietsbellen van stadsfietsen) laat horen dat hij eraan komt.

Ineens besef ik hoe stil het nog is buiten de stad. Ik hoor geen motormaaiers of een vergelijkbaar geluid. Het is nog te vroeg, zowel op de dag als in het seizoen. Het platteland is stil met vogels en kikkers. Ik moet denken aan maaien met een zeis, wat ik hier in deze buurt voor het eerst gedaan heb, na mijn vraag: ‘Weet je of er een handleiding bestaat voor het omgaan met een zeis, als je er een zou kopen?’ Het antwoord was: ‘Kom maar een keertje, dan leer ik het je wel.’

Instructieboeken geven een technische tekst, in een roman is dat anders. Tolstoi beschrijft in Anna Karenina heel precies hoe je moet maaien met een zeis! Behalve de techniek vertelt hij dat zo’n puur lijfelijk werkje ook goed is voor de geest, je vergeet je sores omdat je moet opletten wat je doet. Het maaien wordt een kunst: je draai en je ritme vinden, op tijd stoppen en rusten, je verzet je zinnen. Daar moest ik vanmorgen in die rustige natuur even aan denken.

Lopen en gaan

 

Deze twee mensen bewegen zich voort: hij loopt en zij gaat.

Dat zij gaat, heeft niets met dat liedje te maken (‘Daar gaat ze’ van Clouseau*) maar ik moest er wel aan denken. Het gaat om definities die ik ooit geleerd heb. Gaan is het voortbewegen op twee voeten waarbij altijd één voet contact met de grond heeft, terwijl bij lopen er sprake is van een zweefmoment.

Nu vraag ik me af of hij wel zoveel snelheid heeft, dat hij écht een moment met allebei de voeten los van de grond komt. Het oogt meer als een sukkeldrafje dan lopen om werkelijk conditie op te bouwen. Het past bij de traagheid van dat dromerige liedje*…………

*www.youtube.com/watch?v=rV-HFYB0nPk&feature=related

*www.youtube.com/watch?v=OIfFmfQfwSE&feature=related

Theekopje

 

Mijn beroep is er altijd, ik hoef maar om me heen te kijken! Etalagepoppen en schilderijen heb ik al genoemd. Vandaag heb ik het tekeningetje nagetekend dat op mijn theekopje staat. Het is een ouderwets theekopje: laag en breed, ’n ondiep vijvertje. Thee koelt er prettig snel in af. De tekening is een vrolijke uitvoering van een beweging die ik mensen wel eens vraag om te doen. Iedereen kent die oefening wel: op je buik liggen, strekken en opkomen van de grond.

Zelden wordt er uitleg gegeven HOE je die oefening uitvoert en WAAROM. De circusartieste van het tekeningetje balanceert perfect op het steunpunt waar het steunpunt hoort te zijn! Die ballen zijn voor het circus en voor de vrolijkheid van het tekeningetje zodat we de actie nog beter kunnen zien.

Wanneer je op je buik ligt, met het hoofd op één oor en je armen zijwaarts (je kunt je ellebogen buigen zodat je handpalmen op de grond liggen )en je wilt je verheffen: begin om het ene been –  knie gestrekt – een klein beetje op te lichten. Iedere actie geeft reactie: dit merk je aan de tegenovergestelde schouder. Vooral wanneer je het been teruglegt, merk je dat die schouder wat zwaarder in de grond komt te liggen. Doe hetzelfde met twee benen tegelijk. Leg je armen vooraf gestrekt zijwaarts op de grond. Benen, gestrekt en gesloten, samen oplichten. De reactie merk je in je borst: minder druk op de grond. Door je borst er ietsje bij op te tillen samen met je armen – je neus naar de grond gericht – ziet het er zo ongeveer uit als op het tekeningetje. Veel mensen neigen ertoe om bovenaan te beginnen en vergeten hun benen. Het verschil is echter duidelijk te merken aan de afgeknepen adem en het omhoog geschoven steunpunt. Kortom niet handig, bovendien gebruik je niet je hele lichaam. Omdat dit vaak voorkomt als er niets bij verteld wordt, was ik verheugd om de juiste uitvoering van die klassieke oefening op dit kopje te zien!

Matisse

In nrc handelsblad van afgelopen vrijdag zag de advertentie van de Hermitage Amsterdam er anders uit dan een weekje geleden. De blauwe achtergrond is gebleven maar de afbeelding  is vervangen. Vorige week stond het er nog:  ‘LAATSTE WEEK!’, met de afbeelding van LA DANSE van HENRI MATISSE.

Matisse had een eerdere versie van La Danse gemaakt in 1909 (die in New York te zien is). Ook die bijna gesloten kring met dansers, waarbij de vrouw helemaal links de inzet geeft tot beweging van een groepje mensen. Ze is duidelijk in een fractie van een ogenblik tijdens het dansen afgebeeld. Ze verdeelt haar gewicht op beide voeten, met haar ene voorvoet op de grond  die afzet, terwijl haar andere voet de plek op de grond aftast en af zal wikkelen in de richting van de kring. Zij wendt zich in een royale draai naar de andere dansers toe. Het gebogen lijntje in haar rug is een subtiel boogje dat het gedraaide accentueert. De net niet gesloten kring ademt en je ziet veel ruimte tussen deze elegant bewegende vrouwen. De kleuren passen er helemaal bij, rustig groen en blauw en een milde vleeskleur van de lijven.

http://en.wikipedia.org/wiki/Henri_Matisse (met de schuifbalk naar beneden gaan tot: la Danse)
Het tweede schilderij, dat nu weer terug is in Sint Petersburg, schilderde Matisse een jaar later, inmiddels honderd jaar geleden, in 1910. De kleuren zijn heftiger geworden, net als dat de bewegingen extremer geworden zijn. De figuur, die de beweging inzet, is een man. Let op dat verticale lijntje in zijn rug: hij rekt zich uit van top tot teen. Er zijn bovendien drie extra lijnen die het gedraaide aangeven. Hij rekt en strekt zich zo ver als mogelijk is in een totale draaiing. Hij zet zich met het uiterste puntje van zijn voet af, extremer dan de vrouw van de eerste versie dat doet. Hij valt net niet van zijn stuk. Ook de reacties  van de andere dansers zijn heftiger, die lijven zijn super actief en maken grillige bewegingen.

Wat jammer dat deze twee schilderijen waarschijnlijk nooit  in eenzelfde zaal zullen hangen!

Ik zou naar het ene schilderij kijken, me dan omdraaien en het andere doek op me laten inwerken. Dit niet één keer, maar net zolang tot het genoeg is. Door me in te leven in hoe die dansers bewegen, voel ik die bewegingen zelf in mijn lijf. Ook mijn ademhaling doet mee! Door te leren kijken met de ogen van beeldende kunstenaars, ben ik veel te weten gekomen over wat zo’n geïsoleerd moment uit een beweging me kan vertellen. Het is alsof ik over de schouder van Matisse meekijk naar wat hij zag en vastgelegd heeft op het doek. Zo kan kijken zien worden en kan ik écht zeggen dat ik dat schilderij gezien heb!

Dat ene verstilde moment, gepakt uit het leven van 1910, is als Doornroosje. Niet door de Prins maar door mijn blik wakker gekust. Die dansers hebben een sprong in de tijd gemaakt naar 2010! Ik herken de rustige beweging van de roze dansers, een beweging die bepaald niet sloom is, naast die heftigheid van de rode dansers . Ik zie de nuances van het gestrekt en ook nog uitgerekt zijn. In de vorige aflevering van dit weblog besteedde ik aandacht aan de overstrekte knieën van een etalagepop. Op deze schilderijen is van overstrekking geen sprake, terwijl er behoorlijk gerekt en gestrekt wordt!

Weense benen

Dit keer andere benen: Weense benen. Mooie benen uit een etalage om naar te kijken.

We kijken naar etalage’s en ongemerkt nemen we er wat van mee. Soms iets anders dan wat de oorspronkelijke bedoeling van een etalage is. Kijk eens goed hoe die etalagepoppen erbij staan. Probeer die houding zelf eens. Je zult zien dat die houding zo extreem is, dat het amper lukt om op de been te blijven. In mijn vakjargon denk ik dan: ’Oh, wat een overstrekte knieën! Gelukkig staat er een doorzichtig steuntje onder die voeten, maar die armen moeten wel zo gehouden worden anders valt ze om’.

Het komt nogal eens voor dat we de neiging hebben om onze knieën ‘op slot’ te zetten. ‘Op slot’ betekent dat die knieën niet mee doen in een bewegingsketen.
Beweging van het menselijk lichaam is net als een steentje in een vijver gooien: er ontstaan kringen, het wateroppervlak gaat in z’n geheel reageren op dat ene steentje dat het hele oppervlak in beroering brengt. Wij zijn geen plat oppervlak, wij zijn ruimtelijk en hebben een stevige constructie gericht op beweging en beweeglijkheid: het skelet met veel scharnierpunten die we gewrichten noemen. Sluit je één schakeltje uit in zo’n serie van opeenvolgende actieve gewrichten, dan heeft dat gevolgen voor de andere gewrichten. De Weense etalagepop heeft haar handen ter hoogte van de plek, waar haar wervelkolom ‘merkt’ dat de knieën niet meedoen in het totale bewegingspatroon. Dit kan je ook bij jezelf voelen wanneer je staat. Je legt je handen vriendelijk tegen je rug aan en je strekt je knieën door: je voelt met je handen dat het ‘strak’ trekt in je rug. Dat strakke – d.w.z. niet meedoen in het grote geheel – moet ook weer ergens anders gecompenseerd worden. Die compensaties kunnen (pijn)klachten veroorzaken. Knieën strekken is echt iets anders dan ze te overstrekken. Hier zal ik later op terug komen.