In het cultureel supplement van de nrc van vrijdag 4 februari was er een pagina (19) aan gewijd: lijmen en plakken.
Oude beelden en reliefs zijn na jarenlang puzzelen weer tot een zichtbare eenheid geworden. Dat gebeurde in Berlijn, maar ook Laren: de verminkte denker van Rodin is weer heel.
een lijn is een punt in beweging
Dit is een uitspraak van Paul Klee, werd me pas verteld.
Hoe zit het dan met lijnen? De lijnen van die aan elkaar geplakte leeuw in Berlijn lopen niet allemaal even mooi door en toch zien we doorgaande lijnen. Leve het brein: moeiteloos plakken we gebroken lijnen en zien de leeuw. Strikt genomen zijn de lijnen doorkruist met andere lijntjes: de barsten en de groeven van de ontbrekende delen. Hetzelfde lijmen doen we bij glasinlood ramen, die zwarte stukjes zien we zonder er aanstoot aan te nemen.

Overzicht hebben, ordeningen zien, dat heeft iedere professional op z’n eigen terrein. Een boekhouder herkent de ordening in cijfers, een architect ziet een gebouw terwijl het er niet is en een fysiotherapeut herkent bewegingspatronen. Ook dat is een lijn zien in de betekenis van een punt in beweging. Mensen bewegen altijd omdat het ademen een beweging veroorzaakt. Kijk maar eens naar een slapend kind: het ligt stil en toch is het een en al beweging!
Een overeenkomst tussen een beeldend kunstenaar en een fysiotherapeut is het in verhoudingen kunnen kijken, lijnen volgen met hun ogen en er beweging in zien. Een tekenaar kan in een trefzekere lijnvoering op papier iets neerzetten wat je acuut kunt plaatsen, terwijl het een enkelvoudige lijn is.
De lijnen die de vorm van een menselijke gestalte aangeven, doen vermoeden hoe die mens zal bewegen. Een fysiotherapeut tekent dat niet meteen na, maar zal bewegingsopdrachten geven om te zien of een rechte lijn een starre rechte lijn blijft of dat die lijn misschien toch een gebogen lijn kan worden of dat een kromme lijn ook kan veranderen.
‘Gevormd en getekend door het leven’, zeggen we vast door die lijnen: punten in beweging, punten van beweging en punten van bewogen zijn.
Verhalen |
Afgelopen week bracht iemand een bosje takken voor me mee: kastanjetakken.

Die knoppen herken je meteen: dik opbollend met een glanzend plakkerig laagje eroverheen. Die knoppen worden voller en voller, dan knallen ze los en komt er een zachtgroen blaadje uit. Aanvankelijk hangt het als een slap handje naar beneden voordat het uitgroeit tot een stevig blad. Voor het losbarsten van die samengebalde kracht, gebruik je in het Frans het werkwoord pousser of in het Engels to push. Grappig dat we bij pousser of push in eerste instantie denken aan het werkwoord duwen, terwijl het ook groeien, uitbotten betekent. Op de deur van de uitgang in een Frans warenhuis staat: POUSSER Het gaat om een kracht van binnen naar buiten, niet alleen van een deur, maar ook van een knop van een plant of om te vertellen dat een kind gegroeid is.
Krachten van buiten naar binnen bestaan ook. Het Frans of het Engels heeft weer een treffend werkwoord: presser of to press. Drukken of vormen heeft een andere gevoelswaarde. In het Nederlands kennen we het wat deftige ‘gepresseerd zijn’ of zit pressie verborgen in de woorden depressie, compressie, impressie of juist wat het gevolg daarvan kan zijn: expressie.

Het evenwicht tussen die twee krachten dat is de kunst. Spierspanning* hebben we nodig, ontspanning ook en alles wat daar tussenin zit! Kortom een minimum aan kracht met een maximum aan rendement: als het je lukt om met een bot mes een nette boterham te snijden van een vers warm brood, dan heb je de smaak te pakken.
Verse nog warme witte boterhammen zijn trouwens erg lekker met roomboter en échte hagelslag. (bonbonatelier Luca is weer open na de verhuizing!)
*Er is een verschil tussen druk en spanning. Kort gezegd: er moet druk op de waterleiding staan om te kunnen douchen en we hebben spanning op het lichtnet nodig anders gaat het licht niet aan.
Verhalen |
Januari is de tijd om op te ruimen, een oud jaar mag vernietigd worden. Ik zie 2003 vluchtig door mijn handen gaan, vis er soms nog iets aardigs uit, de rest mag weg of bijdetijds uitgedrukt: delete!
In het kader van Slow (zie blog vorige week) is de papierversnipperaar een leuk apparaat. Matigheid betrachten met papier erin stoppen. Ik hoor acuut aan het geluid hoe ik bezig ben. Krijgt dat smalle mondje teveel papier tegelijk, dan gaat het apparaat brullen. Ben je een tijdje bezig, dan weigert hij ineens: het motortje is warmgelopen. Dat is het moment om ouderwets bonnetjes stuk te scheuren! Niet in van die mooie reepjes maar domweg ongenuanceerd scheuren. Het is heerlijk om iets stuk te maken omdat het stuk moet.
Dat scheuren deden we al op onze eerste verjaardag, toen het papier aantrekkelijker leek dan het cadeautje zelf. De goede gevers zijn soms wat ongeduldig dat de aandacht niet meteen naar het cadeautje zelf gaat: de geluiden, die bij het openscheuren van het inpakpapier horen, zijn in eerste instantie interessanter. Het is mooi om te zien met hoeveel aandacht het scheuren gedaan wordt en wat voor geluiden er allemaal tevoorschijn komen tijdens die bezigheid. Had ik die ervaring van het effect van geluid opnieuw, bezinning door de papierversnipperaar?
Daarom deze week geen tekeningetje, maar geluid bij dit stukje.
Verhalen |
Mijn oog viel op een artikel in de krant dat de nieuwste trend ‘slow coffee’ is. Koffiezetten met een filter, wachten tot het langzaam doorgedruppeld is en tijd nemen om te proeven. Ik kreeg ooit mee: ‘Koffiepauze’s moet je plannen, dan geniet je van de koffie. Niet tussendoor even een slok koffie nemen, daar wordt een mens onrustig van.’
Filterkoffie heeft meer smaak, al schijnt het dat mensen, die espresso’s gewend zijn, filterkoffie als slap ervaren. Dat komt – las ik – omdat de koffie lichter gebrand wordt, maar daarmee blijven er veel meer nuances in de specifieke smaak behouden. De donkere branding geeft mocca en chocoladearoma’s die in espressokoffie gewaardeerd worden. De ware koffiekenner praat op dezelfde manier over koffie als een wijnliefhebber over wijn. (Meer koffie en nog meer en over koffie&thee)

Als ‘slow coffee’ de trend is, dan introduceer ik hierbij nog een nieuwe trend: ‘slow movement’!
Hart en longen, altijd opgejut door conditietraining, cardiotraining, fitness, steps, joggen of even doorfietsen om nog net dat stoplicht te kunnen halen, zijn hot. Geef ook eens aandacht aan het skelet: hoe zitten we in elkaar, waar scharnieren de gewrichten? Gebruik je je spieren wel zoals ze bedoeld zijn? Ik noem maar wat: gebruik je je schouderspieren om je rechtop te houden? Dan zouden ze vast anders genoemd worden, ik denk aan ‘rechtophouders’ of iets dergelijks. Spieren van de schoudergordel worden wel hulp-ademhalingsspieren genoemd. Hulp, want die spiergroepen rond de schouders zijn sociaal, zij nemen het werk van andere spiergroepen er gemakkelijk even bij, zonder dat we ons dat soms ook realiseren. Toch helpt de taal: schoudersspieren zijn er primair vóór de schouders. Schouders vormen de verbinding van de romp met armen. Armen die de ruimte om ons heen verkennen met handen, die kunnen aanpakken, handelen en hanteren. Kortom: stevigheid en luchtigheid zijn op hetzelfde moment aan de orde! Iedereen weet het: hard knijpen (aanspannen) is veel makkelijker dan actief niet-doen (loslaten). Het gaat om de kunst van het richten van je krachten.

De dagelijkse training van dansers bestaat voor een groot gedeelte uit langzame bewegingen van het lijf als één geheel. Ook daarvan krijgen mensen het warm! Aandacht, rustig opbouwen van soms ingewikkelde bewegingen en van het tempo. Dansers maken een beweging helemaal af. Kijk maar hoe zij een been strekken tot in de puntjes van hun tenen en tegelijk een armbeweging uitvoeren tot in de vingertoppen, terwijl de romp ook actief betrokken blijft. Het aandachtige bewegen wordt begeleid door een pianist, die zijn spel aanpast aan de bewegingsopdrachten. De meeste mensen staan er niet bij stil dat deze aandachtige dagelijkse training de basis is van super-dynamische dansvoorstellingen.

Verhalen |
Soms zijn er dingen waarmee je een speciale band hebt. De handrem van de Peugeot 404 bijvoorbeeld, die pakte zo prettig vast. Speciaal vanwege dat prettig vastpakken, heb ik een jaar of wat geleden een replica van een oud strijkijzer gekocht.

Mijn moeder was meester in het verzinnen van ‘werkjes’ voor mijn broer en mij. Een van die werkjes was op zolder zakdoeken strijken. Later werd dat uitgebreid tot wat meer gecompliceerde kledingstukken. De strijkbout was een relatief zwaar ding met een speciaal deukje voor je duim, de handligging verder was ook perfect. Hij had een prachtig neusje, waarmee je knopen goed kon omzeilen. Als een oceaanstomer die door hoge golven zijn koers weet te behouden en een afgevlakt wateroppervlak achter zich laat, zo werden de kreukels van het wasgoed gladgestreken.

Misschien heeft het mooie neusje van die strijkbout ermee te maken, dat ik strijken nog altijd een leuk werkje vind en het met plezier doe. Het is in ieder geval een werkje met altijd resultaat en bovendien bezorgt het me een tevreden gevoel. Jezelf de tijd gunnen om er gewoon mee te beginnen, die stap neig ik wel eens uit te stellen.
Het rustig heen en weer bewegen met zo’n prettig in de hand liggende strijkbout is een vorm van meditatie, gedachten kunnen alle kanten op of komen tot rust en dan ineens is het voorbij: stapeltjes schoon en gestreken wasgoed willen opgeborgen worden en het gewone leven neemt z’n gang.

Verhalen |