Wachten voor het stoplicht, niet erg, ik ben op tijd en het zonnetje schijnt aangenaam. Het licht springt op groen, ik pak het stuur wat steviger beet, trek mijn fiets ietsje terug en zet af met mijn ene voet en fiets weg. Eerst een tegenbeweging daarna koers je directer op je doel af, in mijn geval hup weg, doorfietsen. Niet helemaal als een pijl die de gespannen boog verlaat, maar wel een beetje.

‘s Morgens als de wekker gaat, begin ik de dag niet als een speer die weggeworpen wordt. Meer als een hond of een kat, die zich traag uitrekt en strekt om z’n lijf aan te trekken als een jas waarin hij de dag gaat doorbrengen. Kortom met een trage start kom ik in de benen. In de sport heet dat ‘warming-up’: je klaar maken voor een gerichte bezigheid. Bij het wakker worden ben je doorgaans overal even aangenaam warm, dus ‘warming-up’ is niet de goede benaming.
Om terug te komen op die pijl of de speer, misschien gaat het toch op. Uitrekken en omdraaien, nog even lekker in m’n holletje kruipen, dan enthousiast worden vanwege alle leuke dingen van de dag en… ik sta zo naast m’n bed!

Verhalen |
Iedereen overkomt het, een druppel rode wijn gemorst op het schone tafellinnen. Ook al zie je het voor je ogen gebeuren: die druppel aan de fles, een snelle reddingsactie met je vinger… Zout erover!

Dat is verleden tijd sinds de uitvinding van die flexibele zilverkleurige schijfjes. Nooit geweten dat het een los rondje is. Opgerold in de opening van de fles geschoven, oogt het als een zilveren sierkurk zonder dop. Afgelopen week lag er een doosje met die bijzondere uitvinding als verrassing op de mat, na een gezellig avondje, toen het knoeien met rode wijn ter sprake gekomen was. Apart om te merken hoe anders dat schenkt met zo’n tuutje. Niet in woorden te vatten: ervaar het zelf!


Vroeger waren er plastic tuutjes voor op de tuit van een theepot tegen het druppelen en knoeien.

Soms staan mensen, zoals je staat met afwassen zonder schort voor: met de bips naar achteren. Begrijpelijk, want een natte plek middenvoor is niet prettig. Die plek midden op je buik blijkt wel uiterst ontvankelijk voor vlekken te zijn. Sterker, mijn schorten worden daar altijd groezelig; geen wasmiddel kan daar wat aan doen. Het is wel heerlijk trouwens om je handen meteen aan je buik af te kunnen vegen, je voelt hoe prettig je op je voeten staat zonder je schouders te plagen. In je de buik zit vermoedelijk het oergevoel van het algemeen welbevinden. Kleine kinderen zeggen vast niet voor niets dat ze buikpijn hebben, ook al blijkt de werkelijke pijn in hun oor te zitten. Kortom knoeien heeft zeker een plek nodig: leve de schort als je je kleren wilt sparen.

Verhalen |
Nat, miezerig en mistig, toch op de fiets eruit om boodschappen te doen. Ik zie op de markt dat de bloemenman al kisten met viooltjes heeft! Terwijl hier in Groningen de crocusjes voorzichtig gaan bloeien, wuiven in Amsterdam al kleine narcissen de voorbijgangers toe. Afgelopen maandag was de bonte esdoorn voor mijn huis nog in tranen. Messcherpe ijspegels lieten het verdriet van de boom zien. De esdoorn, niet op het goede moment gesnoeid, huilde. Het wortelstelsel is ondergronds vast keihard aan het werk om de boom op krachten te houden.

Het is verleidelijk om al kleurrijke viooltjes met gezichtjes mee te nemen. Mijn tuin is nog winters, het blad van het vorige seizoen ligt nog als een deken over de aarde. Merels zijn al een beetje begonnen om het blad opzij te schuiven. Ineens ben ik net als de merels bezig, nee niet om een maaltje wormen of slakken te verzamelen. Gewapend met bladhark en bezem is het buigen en strekken om ruimte te maken voor alles wat ondergronds in de startblokken staat om een groeispurt te gaan maken. En die viooltjes, die komen er vast wel bij spelen…
Verhalen |
Een lijn is nog veel meer dan een punt aan de wandel. (zie vorige week) Bovendien is de lijn en een lijn iets heel anders.
In het Gemeentemuseum in Den Haag viel mijn oog op een grote vaas met daarop drie vrouwen in lijnen weergegeven door Picasso *.
Waren ze slank? Hadden ze het perfecte figuur? Het doet er niet toe, de getekende lijn om volume aan te duiden, heeft niets met de slanke lijn te maken. Dit geldt zeker voor de tekeningen van Picasso!

De vorm van die vaas is zo dat hun bilpartijen precies in het breedste stuk passen. Ik stel me voor: die vaas op een plateau langzaam ronddraaiend… dan zie je vanzelf die vrouwen tot leven komen omdat de strakke lijn van Picasso meer dan vorm alleen aangeeft! Het draaiplateau ontbreekt. Jammer dat de vaas in een vierkante glazen kast staat, waar je niet helemaal omheen kunt lopen, anders had dat hetzelfde effect gehad.

Terugrijdend naar huis zag ik een billboard waarop dameslingerie aangeprezen werd. Mijn intuïtieve reactie was dat het getoonde kant vast ergens in je vel prikt. Door het platte vlak? Door de harde kleuren? Door haar houding? Wat een contrast met de lijnen van Picasso! De dames van zijn vaas verdragen alleen zacht en doorschijnend lingerie, niets mag knellen of prikken om de bewegende lijnen van hun lijven niet te verstoren.
* ter plekke maakte ik een schetsje om het beeld nog beter vast te kunnen houden dan alleen het uit mijn herinnering te kunnen oproepen. Er valt wat betreft het tekenen nog heel wat te leren… Dankzij een reactie toch nog een afbeelding kunnen opsporen: Christies
Verhalen |
Allereerst een kleine correctie op het citaat van Paul Klee (zie vorige week): een lijn is een punt in beweging. Klee schreef letterlijk: ‘Eine Linie ist ein Punkt, der spazieren geht’. De uitleg: ‘Wat we waarnemen als statisch is in principe beweging. Dat ‘spazieren’ (wandelen) benadrukt het intuïtieve van die beweging’.
Hier aan tafel viel mijn oog op een dubbelgevouwen krant met de kop: ‘Wie vertelt, beweegt’.*
Wandelen is iets anders dan lopen. Wandelen heeft meer te maken met het je verplaatsen zonder een direct doel, zoals je in een bootje kunt spelevaren (une promenade en bateau zeggen de Fransen). Vertellen is meer dan praten. Er zijn mensen die zo kunnen vertellen dat je aan hun lippen hangt. Mensen die bij elke gebeurtenis een verhaal uit de oudheid uit hun mouw kunnen schudden of een passend citaat weten van een bekende schrijver uit de literatuur van welk land dan ook. Een verhaaltje voor het slapen gaan heeft iets bijzonders… De vertellingen uit duizend-en-één-nacht zijn daar een voorbeeld van. Wandelen en vertellen brengen ons naar onbekende oorden, geen fitness maar we zijn wel in beweging.

*Het stond boven een interview wat Joyce Roodnat had met Umberto Eco. (nrc vrijdag 4 februari voorop de boekenbijlage)
Verhalen |