‘Als je de architect gevraagd had, waarom in een land als Nederland, waar aardbevingen niet aan de orde van de dag zijn, toch van een skeletachtige opbouw gebruik gemaakt wordt, dan had hij je verteld dat een dragende muur van baksteen, bij grote hoogtes immens dikke wanden in de onderzijde van het gebouw met zich mee zou brengen, omdat die anders zou bezwijken onder het gewicht van al het metselwerk er boven. Kijk maar naar kerk-, water- en vuurtorens.’

Deze reactie kreeg ik n.a.v. het stukje van vorige week. Ja, ik had dat inderdaad niet gevraagd. Wel herkenbaar. Overeenkomsten met de menselijke constructie zijn er ook nu. Als je niet zeker bent van je stabiliteit, ga je vanzelf wijdbeens staan als een stevig opgebouwde bakstenen muur en bij nog meer behoefte aan stabiliteit gebruik je je handen voor een extra houvast. Ik zie verbanden met luchtbogen. De neiging om je schrap te zetten kan groot zijn, dat gaat wel ten koste van souplesse.

Het is de kunst om met gesloten benen toch soepel te kunnen reageren. Dat doen we met het skelet als een totaal betrokken inwendige constructie. Dankzij spieren kunnen we tot een bepaalde grens meegeven en eventueel een stap doen om een nieuw evenwicht te vinden. Maak je het steunvlak nog kleiner door op één been te gaan staan, dan ga je bijna vanzelf alle gewrichten samen gebruiken zonder schakels van de keten op slot te zetten. Dit vergt soms wel enige oefening.

Verhalen |
De blokkendoos bij het Europaplein wordt beetje bij beetje uitgepakt. Eerst was het een afgedekt karkas. Nu gaat het snel, de bovenste twee blokken laten zich goed zien, bijna alsof er al mensen in wonen. Toch is het vreemd, want beneden is nog verpakt.

Ik vroeg het een architect. Hij vertelde me dat gebouwen – vooral in gebieden waar aardbevingen voorkomen – gebouwd worden als een skelet met flexibele delen, zoals gewrichten, die aardschokken kunnen opvangen. De buitenkant wordt er als een huid tegenaan geplakt. Daarom kan het dat bij gebouwen in aanbouw, bakstenen van boven naar beneden verschijnen, terwijl de simpele leek toch denkt: ‘hoe kan dat? Zelfs een eenvoudig muurtje heeft een fundering nodig.’ De buitenkant is geen dragende muur meer, het is bekleding. De stevige constructie zit binnenin.

Leuk om te horen hoe moderne gebouwen toch iets menselijks meegekregen hebben. Ook voor mensen is het lang niet altijd vanzelfsprekend om die flexibiliteit efficiënt toe te passen. Er worden niet voor niets tilcursussen gegeven om overbelasting te vermijden bij zware beroepen.



Verhalen |
‘Architectuur is de wil van een tijdperk vertaald in ruimte’, zei Ludwig Mies van der Rohe. (nrc 31 maart 2011)
Ruimte is een woord dat op verschillende manieren en in verschillende combinaties met andere woorden gebruikt wordt. Bij ruimte en rust denk ik onmiddellijk aan vakantie ergens aan zee.
Ruimte roept ook een associatie met het heelal op, het terrein van ruimtevaarders. Ruimtelijkheid is iets groots, maar vraagt ook om afbakening. Het ‘uitdijend’ heelal geeft het al aan. Is de begrenzing te nauw dan verdwijnt de ruimte. Ruimte is iets anders dan leegte. Het vertoeven in een lege ruimte geeft soms een gevoel van mogelijkheden, maar kan ook verlorenheid of verlatenheid oproepen. Een ruime kamer kan beklemmend zijn bij teveel vulling, het gevoel van vrij kunnen rondlopen is beperkt. Of het plafond is te laag, dan drukt het. Als iemand te dichtbij komt, dan komt die persoon in jouw ruimte en dan is het maar net hoe je daarmee omgaat.
Het lichaam op zich heeft ook ruimte nodig, niet alleen ruimtelijk maar ook van binnen. Alle holtes in ons hoofd zijn ruimtes, die we liever niet verstopt hebben. Invloed op de afbakening van de ruimte van borst- en buikholte hebben we wel een beetje, namelijk op de manier hoe je jezelf in de ruimte plaatst: het lichaam als persoonlijk stukje architectuur. Blader je door een kunstgeschiedenisboek dan blijven mensen wel mensen, maar hun gestalte herkennen we en koppelen dat toch heel vaak aan een bepaald tijdperk.
Verhalen |
Bij de trap afgaan denk ik acuut aan het gevoel van in de auto zitten en over betonplaten rijden: alsof op je achterste de trap afglijdt… kaboem..kaboem..kaboem…
Veel huizen aan de Herengracht in Amsterdam geven je de mogelijkheid de ene kant de trap op en aan de andere kant de trap af te gaan. Op de Keizersgracht hebben de trappen op een enkele uitzondering na geen andere afgang. Voor kleine kinderen kan dat aanleiding zijn om bovenaan te zijn gekomen, het op een brullen te zetten omdat er geen andere weg is dan dezelfde weg terug.

Iemand mailde n.a.v. de trap van vorige week: “Wat zijn er veel werkwoorden met ‘treden’, zoals intreden, uittreden, toetreden, aftreden, betreden, overtreden.”
Ook aantreden en optreden horen erbij en je vertreden. Allemaal werkwoorden die met stappen doen te maken hebben, iets veiligs – dat wat je hebt of waar je bent – te verlaten om een nieuw standpunt te vinden.
Op luchthavens worden we er al op geattendeerd, want van verre hoor je die stem al: mind your step, mind your step, mind your step….
Verhalen |
Voor me kruipt een klein meisje de trap op. Omdat haar benen nog te kort zijn, doet ze het zo heel karakteristiek voor kleine kinderen: klauterend met één been en de armen, het lijf op de volgende tree zien te krijgen, dan het tweede been bijtrekken.
Voor mensen met een gebroken been – waar je niet op mag staan – is de trap net zo klus. Met één hand de leuning vast, de andere steunt op een elleboogskruk. In het handvat meteen met de tweede kruk voor als je boven bent. Het goede been eerst en het gekwetste been sluit met een sprongetje aan. Sommige mensen nemen de trap zittend, tree voor tree met hun rug naar de trap toe.
Soms is het stap voor stap de trap nemen om niet buiten adem te raken. Bij beroerd lopende trappen moet je soms aansluiten en dan loop je in een ongemakkelijk ritme de trap op. (die prachtige bouwkundige termen als optrede en aantrede gelden trouwens voor alle trappen). Een te strakke broek of te hoge hakken maakt het ook lastig om prettig de trap op te gaan.
Spelletjes met de trap: in een zeker ritme een bekende trap met drie treden tegelijk nemen! Je hoort wie er de trap op komt! Iedereen heeft z’n eigen dreuntje.
Tijdens ons hele leven passen we ons aan om diezelfde trap te nemen, daar sta je zelden bij stil. Nu heb ik het alleen nog maar over de trap óp gehad…

Verhalen |