Panne met de pc

Iedereen, die een computer in huis heeft, kent het: van tijd tot tijd weigert het ding de dienst. Hulp van vrienden en assistentie van helpdesk’s. Zeeën van tijd en geduld worden je opgelegd. Twijfelen tussen hoop en wanhoop of je weer mee kunt draaien in de virtuele wereld, maar tegelijk denk ik ook aan het papierbesparende effect om een meteen foutloze brief te kunnen printen.

Afgelopen week heb ik uren achter de pc doorgebracht met de telefoon aan mijn oor om met wisselend succes opdrachten van de helpdesk uit te voeren. Tot vanmorgen, dacht ik dat alles in orde was. De pc wilde eerst een up-date en ging daarna onverbiddelijk uit. Niks geen plaatjes scannen voor het blog. Zwart, pikzwart is het scherm en een brandend rood lampje in de kast.
Hoe nu verder?

Er is nog  telefoon, potlood en papier, postzegels, de fiets en vooral ook veel tijd om allerlei andere dingen eerst te doen om straks toch vriendelijk te kunnen blijven naar de mensen die bij een helpdesk werken. Zij doen ook hun best.

Schilder-weer

Zo ging De Eend met haar kleintjes destijds over de drempel van mijn voordeur. Nadat ze in de tuin haar eieren uitgebroed had, stond ze kwakend voor de deur, feilloos de weg wetend:’ Wij willen naar het water toe!’ Ik kon niet anders dan de deuren opendoen en haar met haar kroost de vrijheid geven…

Dit jaar had de winter zijn sporen in de drempel achtergelaten. Na de reparatie is het vandaag de beurt aan de schilder om hem weer in de lak te zetten. Omdat er de hele dag door mensen over de drempel komen en gaan, brengt hij de drempel in de aandacht. Blauwe strips en ook nog heel duidelijk een tekst aan beide kanten. Doorgaans staat er simpelweg NAT, maar ik zie veel meer tekst en vraag de schilder waarom. ‘Ja’, zegt hij, ‘mensen kijken niet meer. Ik moet iets maken wat hun aandacht trekt.

Dat zijn teksten de aandacht trekken, dat is te zien! Nog nooit heb ik mensen zo over m’n drempel zien stappen alsof het een barricade is zoals bij een concours hippique.

Dragen en sjouwen

Even op reis: wat zijn er veel mogelijkheden om je spullen mee te nemen!

Er wordt een straatje gelegd. Heel handig met een klem plus handvat worden de trottoirtegels aangevoerd alsof het handtasjes zijn.


Mooi, hoe zijn andere arm een contragewicht maakt door als vanzelf naar opzij te bewegen en tegelijk de romp in een mooie boog meeneemt.
Omdat zo’n boog niet altijd prettig is voor de wervelkolom, wordt wel aangeraden om het te vervoeren gewicht afwisselend in de ene en de andere hand te nemen of het te dragen gewicht te verdelen in twee gelijke porties links en rechts (dan blijft de wervelkolom rechtop in de verticale as).

Nog meer schouders

Schouders aan de buitenkant kunnen we versieren met epauletten, opvullen met schoudervullingen, verbergen door pofmouwen, al of geen schouderbandjes eroverheen. Bij de schouderpartij van binnen gaat het om iets doen: iets op je schouders nemen, je schouders laten hangen, je schouders eronder zetten…
We dragen emmers met een juk op de schouders. Nee, dat doen we niet meer! Twee emmers volle melk, één links en één rechts, in evenwicht gehouden door een houten juk passend op de schouders. Een beeld geassociëerd met boerenkaas op de boerderij zelf gemaakt of met het bekende plaatje van karnemelkzeep.
In overdrachtelijke zin is het juk een last die gedragen wordt, meestal onvrijwillig: onder het juk gebukt gaan. Dát juk willen we graag van de schouders afwerpen.
Het juk van de emmers is echter een uiterst vernuftige uitvinding. Waarom? Door de druk van boven naar beneden ontstaat een tegenreactie: de drager van het juk maakt onbewust een actieve strekbeweging. Het tegenovergestelde van gebukt gaan, mits de last in evenwicht is met het strekvermogen van iemand en de duur van het belast worden. Je krachten zo zien te richten dat het skelet zo efficiënt mogelijk in z’n geheel gebruikt en benut wordt. De armen en handen hebben een relatieve vrijheid, mits de romp en benen hun werk goed doen.
Als klein meisje had ik bij mijn oma een speelgoedjuk met twee emmertjes, misschien ook nog wel iets van klederdrachtachtige kleding erbij… Het juk is voor kinderen een prachtig middel om hun rug actief te leren strekken omdat het een houding is, die spontaan ontstaat bij het spel ‘boerinnetje’ spelen. Bovendien met water in die emmertjes wordt het extra leuk en vraagt het nog meer vaardigheid om zonder morsen het hele volume te verplaatsen. Het dragen van een juk met emmertjes geeft een totaal andere sensatie dan emmers water sjouwen zoals we dat doorgaans met de handen doen.
Het werkwoord ‘schouderen‘ zou wel passen bij het tillen en dragen met een juk. We gebruiken het daar niet voor. Schouderen komt voor in handboeken voor militairen (bij het hanteren van een geweer). Bij begrafenisondernemingen is schouderen een begrip: de kist wordt echt op schouders gedragen en niet voortgereden. Of vrolijker: als roeiers hun boot uit het water halen en naar de loods brengen, dan doen ze dat ook door te schouderen.
Er zijn cursussen voor het efficiënt dragen en tillen. Er zijn handige hulpmiddelen om het te verlichten. Toch lijkt het klassieke juk in vergetelheid geraakt te zijn.
Niettemin beleven veel mensen nog plezier aan het juk omdat zij yoga beoefenen en yoga betekent juk.

Schouders en epauletten

Ook in taal zit beweging. Er komen en er verdwijnen woorden. Afgelopen week kwam het woord epauletten ter sprake. Het blijkt dat veel mensen niet meer weten epauletten zijn. Epauletten zijn versierselen bovenop de schouder van een uniform, maar het kan evengoed van een regenjas of van een trui of blouse zijn. Epauletten bedekken de schouders. Het Franse woord voor schouder is épaule. Het verkleinwoord is épaulette. Dat ‘schoudertje’ is een versiering bovenop een kledingstuk, dat kledingstuk rust op de schouders en van binnen rust de schoudergordel op de borstkas.
 
Wat we de schoudergordel noemen is eigenlijk geen gordel in de betekenis van een gesloten cirkel. Er is wel een verband rondom.
Aan de rugzijde zijn de schouders niet met een gewricht aan elkaar verbonden. Het schouderblad lijkt qua vorm op een vleugeltje. Het is een plat bot zonder directe
verbinding met de romp. Het beweeglijke schouderblad is wel met een gewricht aan het sleutelbeen verbonden en het sleutelbeen zit dan weer met een klein gewrichtje aan het borstbeen vast.  
 
 

Voel met een vinger in het kuiltje bovenaan je borstbeen en beweeg een schouder, dan voel je beweging in dat kuiltje. Maak een vliegbeweging met je armen als een elfje of wat grootser als een albatros, dan voel je hoe vrij in de ruimte de armen met de schoudergordel kunnen bewegen ten opzichte van de romp.
 
Waarom nu die epauletten? Met epauletten op de schouders toon je hoe kwastjes, riempjes of een bandje met een knoop kunstig bevestigd zijn om de breedte van de schouderpartij te accentueren. Je gaat je ernaar gedragen. Zelfs denkbeeldige epauletten geven al een heel ander gevoel: andere informatie over de stand van je schoudergordel komt binnen in je brein! Zo kan het zijn dat de een breedte ervaart, een ander beseft dat er ook een achterkant of rugzijde van je schouder bestaat of dat voor- en achterkant met elkaar te maken hebben of dat de beweging beperkt wordt omdat de hele schouderpartij opgetrokken blijkt te zijn. Dat soort ervaringen zijn erg individueel en kunnen erg uiteenlopend zijn.

Het is een feit dat schouders en armen snel klaar staan om functies van andere lichaamsdelen over te nemen, maar dat is een ander verhaal.