In nieuwe auto’s zit cruisecontrol. Handig voor lange autoritten op rustige wegen. Het is wennen. De coördinatie tussen het besturen en de snelheid van een auto, of anders gezegd het verband tussen handen en voeten, is ingeslepen. Die gewoonte wordt door de ingestelde cruisecontrol doorbroken.

Wanneer er een vaste kruissnelheid is, dan vraagt dat om aanpassing. Nee, het is niet hetzelfde als in of uit een rijdende trein springen toen er nog geen beveiliging op de deuren was. Toch kan cruisecontrol een gevoel geven dat de auto autonoom geworden is: het paard is op hol geslagen, hoe krijg ik hem weer in bedwang?!

Eigenlijk gebeurt er hetzelfde als met skiën, de snelheid is er en de skiër bepaalt de richting waarheen. Het gaat er om dat je stuur- en remvaardigheden adequaat kunnen reageren op de entourage en op de ingestelde snelheid.
Zouden skiërs beter met de cruise control om kunnen gaan dan niet-skiërs?
observaties |
Een dag met schitterend voorjaarsweer. Een groep a.s. verkeersregelaars krijgt praktijkles. Gewoonlijk is het nooit erg lang te wachten voor het stoplicht op dat kruispunt. Nu met mankracht duurt het langer. Mooi om te zien hoe ingestudeerde gebaren in de praktijk toegepast worden. Ook hoe het verkeer eraan moet wennen. De reactie is trager dan met in bedrijf zijnde verkeerslichten.

De vertraagde reactie is ineens heel duidelijk bij de introductie van een totaal nieuw gebaar. Met een blik van links maar rechts en zelfs nog iets verder omgekeken, draait de verkeersregelaar in spé zijn onderarmen rond zoals in het kinderliedje ‘Draai het wieletje nog eens om…‘ Auto’s blijven stilstaan, maar na een moment van verwarring zetten de fietsers zich van alle kanten tegelijk in beweging. Ik betrap me erop dat ik het liedje bijna begint te zingen. Ofschoon het een liedje is om de coördinatie te oefenen, laat ik die actie achterwege en trap lekker door op het ritme wat in mijn hoofd zit.

observaties |
Tijden en omstandigheden veranderen, maar gedrag en houding van mensen lijkt tijdloos te zijn. Dit dacht ik ook nu weer tijdens het bekijken van de grafmonumenten van de Franse koningen in de basiliek van Saint-Denis in Parijs. De allereerste koningen kennen wij ook uit onze geschiedenis: Clovis (die tot de Merovingers behoorde) en later de Carolingers Karel Martel en Pepijn de Korte (vader van Karel de Grote).
Aan de voeten van Philippe (overleden in 1235) en Louis (overleden in 1260), beiden van het huis Capetingers, zitten deze figuurtjes:

Lezen met een vingertje, meekijken en aandachtig luisteren.
En wat doet deze monnik? Luistert hij ook? Zit hij lekker te suffen? Denkt hij over iets na?
Iemand die behoefte heeft aan een leesbril? Met de nek wat meer gestrekt, het boek wat verder weg houden en onderuit kijken wat er staat…


Geen categorie |
Een zomer in Oxford, woordjes leren.. ik moest er ineens aan denken.
Ook onze taal heeft een ruime vocabulaire om je heel genuanceerd uit te kunnen drukken. Kijken en zien, observeren, gadeslaan, waarnemen, beschouwen, gluren, staren zijn allemaal nuances van de functie van het oog. Weliswaar buiten het meetbare vallend. We spreken van een naar binnen gerichte blik, een hebberige, begerige, verstilde, een tevreden en een berustende blik. Ook hoor ik wel dat iemand een treurige of vrolijke ‘uitkijk’ heeft.
Een voorbeeld: deze naar binnen gerichte blik, vol tevredenheid en in zichzelf gekeerd. Het is de vrouw uit Carthago van het blog van vorige week. Die blik past absoluut bij wat haar voorkomen uitstraalt. Wel een ‘ogen-blik’ de tijd nemen om dat binnen te laten komen…
observaties |
Op de expositie Carthago blijf ik geïmponeerd door beeldjes voor een vitrine staan. Waarom die rechterarm gebogen en in een mitella? Gebroken armen in de oudheid? Of zijn het gebaren met een betekenis die wij niet kennen?

Nu met een andere blik gekeken: het gekruiste in de houding is er bij al deze beeldjes. Kijk naar de lijn rechterbeen/linkerarm en linkerbeen/rechterarm, er komt een dominante diagonaal naar voren. Mogelijk betekent dat innerlijke rust en harmonie.

Jammer dat die beeldjes niet van achter en van opzij goed zichtbaar zijn. Ruimtelijke objecten moet je van alle kanten bekijken voor je je waagt aan een mogelijke conclusie en dan nog is het zaak om die conclusie altijd weer ter discussie te stellen.
observaties |