Iemand of iets valt, valt om, valt stuk. Iets valt tegen. We vallen in slaap. Dat is anders dan gaan slapen. Engelssprekenden vallen ‘in love’. Nederlanders zijn of worden verliefd, wij vallen niet in liefde, wij vallen wel op iemand. Er is valkruid (beter bekend als arnica of arnica montana), niet om te vallen maar om de gevolgen van een val te verzachten.
Vallen is een beweging die beschreven wordt als ‘vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde toe bewegen’. Ik denk zelf dat het toch vaak onvrijwillig gebeurt: iemand valt niet met voorbedachte rade van de fiets of van de trap. Valtraining klinkt een beetje vreemd, al kan iedereen het zich voorstellen dat het bij judo hoort en bij meer sporten om letsel te voorkomen wanneer je onderuitgaat.

Valpreventie is eigenlijk een ander woord voor het oefenen van evenwicht: stabiel op je benen kunnen staan en lopen, stabiel zitten zonder dat je omvalt wanneer je je hoofd draait om even te zien wat er gebeurt of om iemand aan te kijken.
En dan valt het je toevallig op dat het toeval toesloeg toen het opviel hoe opvallend hij op haar viel tijdens die vrije val…
Geen categorie |
Zomaar een werkwoord. Wat hangt daar? Je hangt je jas aan de kapstok. Iemand hangt op de bank of op een stoel. Je hangt op één been of je hangt ergens tegenaan. Je hangt in de ringen of in de touwen. Je pc blijft hangen. Een schilderijtje ophangen. Wat blijft er hangen?
Concert in de Abdijkerk van Aduard: Eric Vloeimans en Remy van Kesteren, trompet en harp. Wat bleef er hangen? Kan ik dat indrukwekkende concert terughalen en het opnieuw beleven? Dat zachte en strelende van de trompet soms met klanken eindigend als ruisende wind of als een diepe zucht, terwijl over het algemeen een trompet met iets tetterends en schel geassocieerd wordt. En dan de harp, toch snel gekoppeld aan spelende wind, heeft andere kanten: bassen als begeleiding voor de trompet in een subtiel evenwicht. Associatie met het heftige van een gitaar tijdens het dansen van de Flamengo. Slagwerk!

Wat is blijven hangen is een gevoel van hoe het geklonken heeft en de fysieke sensatie van het moment zelf. Niks om na te kunnen zingen, wel het beeld hoe deze mensen spelen. Het bewegende beeld voor mijn ogen, deels dan, want ik zit graag zo dat mijn ogen mijn oren niet in de weg zitten. (Daarom ontbreken de onderbenen en voeten op het tekeningetje.) Alles wat via mijn oren naar binnen kwam, was er op het moment zelf en dat is eenmalig en uniek…
observaties |
We zitten op twee stoelen. Ze zijn bovenop elkaar gestapeld om wat beter aan tafel het penseel te kunnen hanteren. Het is zaak om het karakter van het penseel proberen te begrijpen en vast na heel veel oefenen zal het geen verrassing meer zijn wat er uit zo’n penseelstreek te voorschijn komt. Zo ver is het nog niet, ik oefen…
Het zijn eerder boontjes dan bamboeblaadjes wat er tevoorschijn komt op het papier.

Ik ga er vanzelf bij staan! Staand ben ik zelf beweeglijker dan zittend en heb ook meer gevoel met de punt van het penseel. De penseelstreken worden vloeiender. Rustig op het papier landen, dan wat meer druk en je er weer uittrekken, ondertussen gaat mijn adembeweging door. De monniken stonden destijds ook achter hun lessenaar om een haarfijn goudlijntje te trekken. Techniek oefenen geeft voldoening als je ook maar iets geproefd hebt van waar je naar toe wilt! Dat is met een muziekinstrument, met een sport, met een spelletje scrabble, het schrijven van een mooie brief of wat je ook allemaal onder de knie wilt krijgen…
Waarom ik dit doe? Ik bewonder de lijnvoering die je op Japanse prenten ziet, strak het contour, zonder haperingen, gebibber of gekras. Puur de essentie zonder minimalistisch te zijn. Er is nog een hele weg te gaan…vast een weg zoals dat met zoveel gaat: je leert het nooit, al ga je het wel steeds beter doen!
observaties |
Waar ben ik? Een verrassing soms ‘s ochtends bij het wakker worden. Lig ik in mijn eigen bed thuis of waar in de wereld ben ik op dit moment?
Er zijn locaties die iets met je doen. Ik hou van de sfeer van een atelier, een plek waar wat gemaakt wordt, waar van alles te zien is, soms met een specifieke eigen geur. Verf en papier, pennen, penselen, of hamers, schroevendraaiers en andere gereedschappen. Een wand met een kast met allemaal laatjes met spulletjes. Of destijds bij de tingieter, dat potkacheltje en al die mallen voor borden en kraantjeskannen. Of een dansstudio met de lichtverende zwarte vloer en een wand met spiegels, waarvoor een gordijn soms open en dan weer dicht geschoven wordt. (Niet te verwarren met een gymnastiekzaal!) Het podium van een theater en de coulissen met zware gordijnen, snoeren, licht- en geluidsinstallaties. Een gezellige keuken met mooi licht en waar een pan met draadjesvlees zachtjes staat te sudderen of waar alles al klaargelegd is om een taart te bakken. Maar ook een professionele keuken met veel roestvrij staal, grote ovens en fornuizen, een plek waar bedrijvigheid heerst.

Ik word uitgenodigd om in de fotostudio van een kunstacademie te komen kijken. Er is niemand bezig, het staat klaar voor gebruik. Zwart en rood, grijs en wit, meer kleur zie ik niet in eerste oogopslag. Het voelt als in de coulissen van de schouwburg. Hier wordt gewerkt met beeld en licht. Weer anders dan in mijn beroep en toch zijn er raakvlakken. Mijn fantasie wordt geprikkeld…hoe is het hier wanneer er gewerkt wordt?
observaties |
Zaterdagmorgen rond acht uur in de trein van Groningen naar Den Haag. Het is druk. Beetje naar buiten kijken: nevelen over het land, groen gras, blauwe lucht met witte en grijze wolken hier en daar, wat zalmkleurig licht breekt door.
Te weinig ruimte om de krant te lezen, de papieren krant dan. Er dwarrelen woorden door mijn hoofd, het blogstukje kan binnenkomen…
Beleven, bewegen, bezinnen, bezitten, bezetten, bestaan, belegen, beweren, bespelen, bewonen, behuizen, bereizen, beluisteren, bezingen, betoveren, bestaan…
Hoeveel woorden bestaan er die met ‘be’ beginnen? Wat betekent dat ‘be’ voorafgaand aan een werkwoord? Heeft het met een zekere distantie te maken?
Bijna al deze woorden hebben te maken met een werkwoord: leven, wegen, zitten, zingen, reizen etcetera. Is het zo dat werkwoorden verbonden zijn met lichamelijke activiteit? Er gebeurt iets of er is iets gepasseerd.
Bij beginnen, belichten, belegen is het lastiger met de verbinding aan een werkwoord. Ginnen? Lichten? Legen?
Bespannen, be-spannen, spannen. Zijn mijn botten dan bespannen met spieren? Of is spannen een eigenschap van spieren die noodzakelijk zijn om te bewegen?
Ik zit in de trein, het beweegt in mijn hoofd…de reis gaat snel!
Er komt er nog eentje boven: betekenen, be-tekenen, tekenen… en dat is lastig in een bewegende trein. Bovendien betekent dit stukje niks.
Geen categorie |