Overwinteren

Er zijn mensen, die weemoedig kijken naar trekvogels. Intuïtief zijn ze voor de komst van sneeuw en ijs vertrokken naar warmere oorden om pas als het daar té warm wordt terug te vliegen. Ergens overwinteren doet me denken aan oude boeken, waarin welgestelden naar de Côte d’Azur gingen. Of kuren in de bergen met sneeuw, strak blauwe luchten en onder een deken op een ligbank van de zon genieten. Door die gedachte geïnspireerd ben ik begonnen in De Toverberg van Thomas Mann.

Een bestaan zonder prikkels moet toch uitermate saai en vervelend zijn. Ga je dan uit lamlendigheid toch op zoek naar iets om je mee bezig te houden? Dit dikke boek met lange volzinnen dwingt me om bij de les te blijven, niet af te dwalen en me te concentreren op de tekst. Heel bijzonder hoeveel de schrijver kan vertellen in die op zich saai aandoende omgeving. Als ik nu eens zelf drie dagen naar een Kurort zou gaan, in navolging van Hans Castorp, die in plaats van drie weken zeven jaar in dat Kurort bleef, zou ik er dan ook op z’n minst zeven weken blijven hangen? Een tekenboekje en mijn verfdoosje in de koffer doen, dat is zeker!

Winterslaap

Er zijn mensen, die jaloers zijn op beren. Beren trekken zich terug, alles op een laag pitje: ze doen hun winterslaap. Als het klimaat zover is, komen ze weer tevoorschijn. Begin november onder de wol en dan in maart fit, afgeslankt en uitgerust naar buiten? 

Hoe zou dat dan zijn om zomaar een paar maanden over te slaan? Telt dat dan later op? Ik ben nu te laat voor het experiment, als ik dat al zou ambiëren…

Fluitspeler

In Nara (Japan) valt mijn oog op deze afbeelding van een fluitspeler in een lantaarn voor de tempel met de meer dan levensgrote Boeddha.    

    

Ik denk aan een andere afbeelding: het schilderij van de fluitspeler van de Franse schilder Édouard Manet *. 

Beide fluitspelers staan op dezelfde manier, teruggetrokken op hun rechterbeen. Is het een pose? Of het moment rond een adempauze? Of spelen ze héél zacht?

Van een plaatje is alle interpretatie mogelijk, het is maar net met wat voor oog je kijkt.

  • Bij het aanklikken is het schilderij zichtbaar

Slippers en sloffen

In veel landen is het de gewoonte om in huis je schoenen bij de deur uit te doen en binnen op pantoffels of slippers te lopen. Uit hygiënisch oogpunt of om je benedenburen niet te hinderen of omdat schoenen minder lekker zitten…

Niet alle mensen die zich met beweging bezig houden, zijn blij met slippers. Ik las ooit in een boek dat het lopen op slippers tot gevolg heeft dat je kramptenen krijgt, je gaat sloffen, je vergeet je benen op te tillen en je houdt er een slechte houding aan over. Is dat werkelijk zo en zijn slippers echt zo slecht?

In Japan is het de gewoonte om binnen op slippers te lopen, zelfs aparte slippers voor het toiletbezoek. Slippers hoor je zo klaar te zetten dat iemand er meteen in kan stappen. Ik heb gemerkt, wanneer je even snel wilt lopen, dat je dan vooral met je voorvoeten kleine snelle slofstapjes neemt, een beetje gedribbel, je knieën naar voren duwend, terwijl je voeten contact houden met de grond. In het NOH theater zag ik de vertraagde vorm: de voet schuift over de vloer tot de lengte van de stap en dan wordt de voet iets opgelicht en de hak landt gevolgd door de voorvoet.

Is het slecht? Het is alleen anders dan zoals wij lopen, wij maken actief een afzet met de voet, rollen over de bal van de voet af en tillen voet en knie op en landen dan. Normaal gesproken op de hak, maar er zijn uitzonderingen. Wij komen los van de grond. Zou het daar de bedoeling zijn om juist het contact met de grond te houden? ‘s Lands wijs, ‘s lands eer…

Stilstaan

Stoplichten in het buitenland zijn interessant, met name de voetgangerslichten (zie het blog van 14 december 2014). Dit keer viel me de afbeelding niet op. Wel de wachttijd. In Japan duurt de wisseling erg lang. Aanvankelijk dacht ik bij het rode licht de tijd te krijgen om een boek te lezen en voelde iets opkomen van hup..toe nou. Dat gevoel verdwijnt na een paar dagen. Opvallend is dat iedereen wacht, ook al is er in de verste verte geen ander verkeer te bekennen.

Het bijzondere is bovendien dat de tijd om over te steken navenant lang is. In een land waar de vergrijzing groot is, is dat een hele verstandige zet. Mensen met een rollator krijgen de tijd om rustig naar de andere kant van de weg te komen. De lange wachttijden geven ook een zekere rust aan het verkeer. Tokyo is een miljoenenstad, maar het verkeer glijdt rustig over de weg. Rustig niet alleen in de betekenis van langzaam, maar ook geluidloos. De meeste auto’s zijn elektrisch.

Dit is wel een onderwerp wat past bij het stilstaan bij het eind van 2016. Ik wens iedereen een Gelukkig Nieuwjaar!