Studiereisje

De invitatie voor de expositie “Danser sa vie” was aanleiding voor een kort en intensief studiereisje naar Parijs. Veel variatie over hetzelfde thema: de expositie in Musée d’Orsay ‘Degas et le nu’ en ‘Matisse, paires et séries’ sloten perfect aan.

Van Degas is zijn ontwikkeling als beeldend kunstenaar te zien: academische tekeningen, die zich gaandeweg transformeren tot werk met een persoonlijke stijl. Ik ben altijd onder de indruk van zijn kleurgebruik. Koude kleuren waar een stukje lijf niet beweegt of warme tinten waar juist heel veel gebeurt! Ook zijn beelden raken me, nergens overstrekking maar een evenwichtige balans. En zo menselijk: zélfs een danseres zoekt met haar hoofd en schouder een steuntje, terwijl ze een kous aantrekt. Er is ook een danseresje, die het staand los in de ruimte doet zonder haar balans te verliezen. Dat deze vrouwen danseressen zijn, zie je duidelijk aan de manier hoe de voet van het opgetilde been in het verlengde van het onderbeen hangt.

Iedere beginnend fysiotherapeut kan zich spiegelen aan zo’n persoonlijke ontwikkeling na de opleiding, net als een schilder of beeldhouwer, echter zonder klei, papier of linnen, maar met bewegende mensen onder handen. Altijd terug kunnen vallen op basisprincipes, spelen met geleerde middelen en vooral een eigen stijl ontwikkelen! Dat laat Matisse ons laat zien in een serie tekeningen: De contour van de schouder blijft niet gelijk als de romp draait bij een vrouw liggend op haar zij (Nu, série F, Nice, Hôtel Regina, 1941). Ook de vorm van de gebogen elleboog verandert door de stand van de arm in de schouder bij de uitgeknipte blauwe vrouwenfiguren (Nu bleu I, II, III, IV, Nice, Hôtel Regina, printemps 1952).

Toegegeven, je moet er oog voor hebben om dat te zien, maar áls je het ziet, dan is het iets om heel vrolijk van te worden! Het skelet, alle spieren, pezen, kapsels en organen zien we normaal gesproken nooit: mooi verpakt en verborgen onder de huid. We kijken naar die buitenkant, zien de vorm en hebben een vermoeden hoe de binnenkant functioneert. Beeldend kunstenaars tonen dat, fysiotherapeuten mogen spelen met bewegen en leren gaandeweg om te zien wat die altijd veranderende vorm ons kan vertellen.

Hoe je van jongs af aan vertrouwd raakt om naar tekeningen te kijken, is te zien in het musée Les Arts Décoratifs: de originele tekeningen van het olifantje Babar hangen op kindhoogte!

Zomertijd

De stem op de radio zei:’Vannacht om 2 uur gaat de zomertijd in. De klok wordt een uur vooruitgezet’. Mijn eerste reactie was zoals altijd: ‘Dat wordt hollen! Hoe haal ik dat uurtje in?’ En dan daarna: ‘gelukkig, nee dat hoeft niet. Vanaf morgen ietsje langer zon buiten in de tuin’.

Zomer, daar horen aardbeien bij. Ik kreeg ze al! In de zon samen aan de thee, met die knoepergrote aardbeien op een beschuitje, besloten we unaniem: ‘nee, die op de zomer vooruitlopende aardbeien smaken niet. Ze gaan de yoghurt in, samen met aardbeiensiroop voor de geur en de smaak.’ Zouden die aardbeien vergeten zijn dat ze niet op de zomer vooruit moeten hollen? Of spiegelen ze de snelheid waar we allemaal last van hebben: een werkje moet al klaar zijn vóór je eraan begint…

Ik ben trouwens wel benieuwd of er morgen toch nog iemand in de wintertijd achtergebleven is en een uur te laat op z’n afspraak komt om dan verontwaardigd te zeggen:’Maar ik ben wél op tijd!’

Constructies

Deze week een eindje van huis: Museum De Pont in Tilburg met de constructies van Ai Weiwei.

Eén krukje als uitgangspunt en dan allemaal krukjes die met elkaar verbonden zijn, omdat de derde poot van elk krukje gedeeld wordt met een ander krukje. Als je goed kijkt, dan zie je dat er sprake is van méér dan alleen die verbinding van de gedeelde poot. De krukjes zijn ook nog anders met elkaar vergroeid of versmolten. Je kunt in de totale constructie van bovenaf kijken, zoals in de kelk van een bloem.

Nog zo’n apart werk is zijn constructie met fietsen. Op de site van het museum komt de ware aard van dit bouwwerk van fietsen zonder stuur en zonder trappers niet goed tot z’n recht. Je moet er omheen lopen, de geur van nieuwe fietsbanden ruiken en de beklemming ervaren van hoe iemand tot deze symboliek gekomen is: stuurloos en niet zelf de beweging kunnen maken, meegevoerd worden in een gesloten cirkel…

Natuurlijk denk ik daarna zelf meteen aan ons skelet, ook een constructie! Hoe ingenieus zit dat in elkaar! Alles is gericht op beweging en beweeglijkheid. Toch zien we het skelet zelf normaal gesproken nooit, we weten dat we botten hebben. We moeten het doen met de verpakking, daaraan zien we hoe we bewegen. Vormen veranderen, maar zonder botten en gewrichten zouden we als kwallen over de aarde schuiven. Je moet specifiek geschoold zijn om te weten en te beseffen hoe die verzameling botten en gewrichten subtiel op elkaar afgestemd is. Mis je die kennis? Je kunt ademloos kijken naar hoeveel en wat voor combinaties van bewegingen mogelijk zijn, wanneer je naar een dansvoorstelling gaat!

Ongemakken en klusjes

Iedereen kent het fenomeen van die dagen dat er van alles misgaat. Lampen gaan kapot, de computer hapert, je breekt een kopje (schoteltjes blijven doorgaans heel), de vuilniszak valt om, koffieprut floept eruit op de net schoongemaakte vloer… De ervaring leert, dat het beste is om te wachten tot het over is. Dan houden de kuren van de laptop spontaan op. Je hebt intussen vervangende lampjes aangeschaft, want die zaten natuurlijk niet meer tussen de reservelampjes. Kortom, de tijd komt vanzelf om alles weer in het reine te krijgen.

Dan die ene lamp, met zo’n staafje dat tussen twee houdertjes geklemd moet worden. Het nieuwe staafje erin geprutst, maar de lamp gaat niet aan. Met die theedoek dat nieuwe staafje er weer uit geprutst en denken ‘dit kan ik niet’. Er moet een deskundige bij, maar deskundigen hebben een wachtlijst en toch wil ik maandagmorgen gewoon licht in de werkkamer. Vooruit nog één keer proberen: een extra lamp gehaald, een trappetje om er goed bij te kunnen, brilletje op en goed kijken hoe het mechaniek werkt. Er zijn minuscule contactpuntjes waartussen het staafje het wél moet doen. De veertjes, die even uitgerekt moeten worden om het staafje ertussen te krijgen, zijn in de loop der jaren wat stug geworden. Maar ik wil LICHT en er kwam LICHT; met toewijding en geduld het gewoon zélf gedaan.

Is denken iets niet te kunnen een verwachting op niets gebaseerd? Ga je aan de slag zonder verwachtingen, dan komt de oplossing door rustig proberen, in de gaten krijgen hoe iets werkt, kort gezegd: niet denken maar doen! Ik koester natuurlijk wel het tevreden gevoel dat ik het nu weet voor een volgende keer. Al is er wel zo’n stemmetje van binnen:’Hoe vaak zal ik die valkuilen nog tegenkomen?’ En dan zegt een andere stemmetje: ‘Het oude adagium, Rike, met vallen en opstaan leren we lopen en dat blijft, ook al word je tweehonderdtien!’

 

Na de winterslaap

Ze zijn er weer: de crocusjes, winteraconietjes, het longkruid en de reisgidsen, intussen uitgebreid met reisaanbiedingen via nieuwsbrieven per e-mail.
Na de winter worden we massaal aangesproken hoe we onze grenzen kunnen verleggen. Ik vraag me altijd af: ‘wil ik wel weg?’ De Stad is anders in de zomer, het ommeland is mooi, de rust is neergedaald en in de tuin is het prettig toeven. Waarom dan weggaan?

Toch kan ik zomaar de kriebels krijgen om weg te gaan en doe het dan ook. Is het de behoefte aan andere lucht? Getrokken door een bericht in de krant over een expositie in Amsterdam of Den Haag? Heimwee naar Parijs? Verlangen om te zien of het er in den vreemde werkelijk zo uitziet als het opgeroepen beeld door het lezen van een boek of na het zien van een film… Pure romantiek vermengd met nieuwsgierigheid: hoe zou het zijn om zélf in die trein met schemerlampjes te zitten en met mooie kleren aan bediend te worden door een ober in het wit? Het toeven in de modder van een middeleuropees Kurort of de sfeer van weleer proeven in een koffiehuis in Wenen of Boedapest? Hoe ruikt het in Indonesië? Hoe ziet dat groen van ‘de gordel van smaragd’ er in het echt uit? Hoe is het om in een land als Japan te zijn, waar je de taal niet spreekt en woorden ook niet kunt lezen? Er is genoeg wat trekt en mijn fantasie wekt…

Deze fase van dromen van verre landen, andere geuren en smaken heb ik nodig als eten en drinken. Al blijf ik zomers zitten tussen de geraniums, het doet er niet toe: de romantiek van de verbeelding is niet te versmaden om dan later ineens zomaar – in een bijna onbewaakt moment – m’n biezen te pakken en in het onbekende te stappen.