Strijden in de kerk

Tijdens een concert in de Mariakerk van Westerwijtwerd dwalen mijn ogen rond. Mijn blik blijft rusten op de enige afbeelding die in dat oude kerkje te zien is: twee vechtende figuren.

Westerwijtwerd 001 - kopieklein

De aanval komt van rechts en de linker figuur deinst terug in een actieve verdedigingspositie zoals je dat ook ziet bij schermen. Heel bijzonder is de pijl – in twee delen afgebeeld – die de te verwachte beweging van de linkerarm met het schild aangeeft: het pareren van de aanslag. Door die pijl is er sprake van dynamiek. Twee bewegingen, misschien wel drie, zijn mogelijk. Na de afweer van de aanval van zijn tegenstander met zijn schild kan hij een stap naar voren doen en terugslaan. Ter voorbereiding van een of meer stappen zal hij zijn gewicht verplaatsen van het achterste naar zijn voorste been. Wat er kan gaan gebeuren, wordt overgelaten aan de verbeeldingskracht van de kijker.

Geen strip maar wel een beeldverhaal gecomprimeerd in één afbeelding.

Ik heb het vermoeden dat die oude afbeelding (vermoedelijk 13e-14e eeuw) hetzelfde laat zien als wat bij Japanse prenten zo bijzonder is: de duidelijke bewegingsrichting om de blikrichting van de kijker te bepalen en diepte om een daadwerkelijke actie aan te geven.

Kijk maar: de linkerfiguur draait zijn lijf naar de kijker toe, een frontale openheid, zijn gewicht teruggehouden op het achterste been. De aanvaller wordt alleen van opzij getoond, hij snelt zijn tegenstander tegemoet in wat we kruisgang noemen. (Het ene been beweegt samen met de andere arm in dezelfde richting.) Heel actief en met een bedoeling, namelijk het slaan met zijn wapen dat hij in zijn rechterhand gereed houdt. Je oog volgt het doel van die rechter figuur: zijn medestrijder in elkaar slaan. Omdat beide figuren in een ander vlak afgebeeld staan, ontstaat er een primitief soort diepte in de afbeelding.
Ze blijven elkaar wel aankijken en dat laat de spanning zien tussen beide figuren. Het blijven min of meer abstracte figuurtjes en toch proef je wat er aan de hand is. Het is géén statisch plaatje, maar actie gevat in één beeld: beweging! De strijd tussen Goed en Kwaad…

Overzicht en inzicht

Niet alleen de Eiffeltoren bestaat uit een enorme staalconstructie, ook de hurkende man bij Lelystad heeft zo’n onbedekt skelet. Een enorm beeld, dat zijn vorm alleen laat zien wanneer je behoorlijk afstand neemt. Kom je te dichtbij, dan zie je slechts een wirwar van buizen, die met elkaar verbonden zijn.

poepende man Lelystad 001kopieklein

Wanneer je met je neus ergens bovenop gedrukt staat, zie je wel iets, een detail, maar je mist het verband. Je hebt afstand nodig voor het overzicht en om een juiste kijk op verhoudingen te kunnen krijgen.

Zo komt het wel voor dat mensen schouderklachten hebben en zich daarop fixeren. Dat de oorzaak misschien kan liggen in een inadequaat gebruik van de heupgewrichten en benen, vraagt om een heldere kijk op de verhoudingen van het skelet en inzicht in het motorisch functioneren. Het menselijk lichaam is één geheel van samenwerkende krachten met een prachtig geconstrueerd skelet, een lijf waarmee iemand zich manifesteert. De wetenschap dat we voor een groot deel uit water bestaan impliceert niet altijd dat we ons ook ‘vloeibaar’ bewegen.

Die ijzeren man bij Lelystad zit misschien daarom wel zo op die plek te peinzen of te staren met dat uitzicht op het altijd bewegende water…

La Piscine

Roubaix heeft la Piscine: het zwemmen is verleden tijd. Het mooie Jugendstil gebouw is behouden. Het zwembad heeft een metamorfose ondergaan: het is nu een museum.
Het bad, met aan de korte kant een leeuw die water spuwt, is versmald. Je loopt nu over een houten vloer langs die smalle strook water naar de overkant van het oude bad om te kijken naar een verzameling beelden, aan weerszijden opgesteld langs de rand waar vroeger vanaf gesprongen werd, na het drentelen van ‘durf ik nu wel of durf ik (nog) niet’.

De geur van chloor is weg, toch is het er gevoelsmatig nog steeds. Overal is de sfeer van een oud zwembad gebleven met dompelbaden verzonken in de granieten vloer of een bad op pootjes, de douchehokjes met uitsparingen in de muur: het zeepbakje. Het vertrouwde holle zwembadgeluid in het restaurant maakt dat je rondkijkt of je een spekkie, dropsliert of zwartopwit kunt kopen. Vanaf het terras met een betonnen rand, loop je een trap af naar de bloementuin, het voormalige solarium.

Het lot van monumentale zwembaden, postkantoren en oude bankgebouwen is vergelijkbaar: afbreken of een nieuwe functie. Toch verwonderlijk want zwemmen en genieten van de warmte van de zon doen we nog altijd, dat is niet te vervangen door iets digitaals zoals dat bij postkantoren en banken gegaan is.

zwembad met beelden 001 - kopieklein

Hoe zou het zijn om je baantjes te kunnen trekken zo tussen zo’n beeldengalerij door… misschien een idee voor een nieuw zwembad?

Dag, nacht, dag en nacht…de tijd glijdt

In het nieuwe museum Louvre Lens (vlakbij Lille) word je vanaf de oudheid meegenomen en ook weer teruggeworpen in de tijd.

Een tablet van klei waarop lang geleden een moeder haar zoon geschreven heeft. Nu maakt een moeder er met haar tabletje een foto van en stuurt het bericht naar haar zoon. Is er iets veranderd? Alleen in de manier waarop: contact en ontmoetingen blijven we aangaan.

IMG_5534 - kopieklein

Mijn oog valt op een globe, niet van het ondermaanse, maar met de wereld van de nacht.
Dag en nacht geeft een ritme, net als de zon, de maan en de sterren dat doen. Later zijn de zonnewijzers vervangen door uurwerken, de vastgestelde lineaire tijd. Die tijden over de globe zijn weer onderverdeeld. We krijgen jetlags omdat het simpele dag-nacht ritme verstoord is. Alles kunnen bijbenen …

In dit bijzondere museum word je niet moe, je krijgt geen zware benen. Integendeel, dit museum geeft je energie: de tijd is even weg!

Kijkje in de keuken

Kneden, dat wordt altijd gezegd, hoort bij fysiotherapie. Ik heb het van mijn moeder geleerd met het maken van appeltaart. Niet meteen in dat ei graaien, maar met één hand van buiten naar binnen behoedzaam de ingrediënten door elkaar mengen. De andere hand blijft schoon, want de telefoon kan gaan of de bel… Tot het deeg bijna klaar is, dan neem je de bol in twee handen. Wanneer het niet meer aan je handen blijft plakken en je handen zijn schoon, betekent dat het klaar is. Niet verder kneden. Een kwestie van leren voelen.

Voelen en tasten is een soort proeven met je handen. Kookboeken zijn leuk om inspiratie op te doen, maar uiteindelijk ga je op je eigen smaak af met een beetje meer van dit en wat minder van dat, iets extra’s toevoegen, de oven net iets heter of juist niet en meer tijd nemen.

jammetjes 001 - kopie

Nu heb ik deze zomer drie keer kersenjam gemaakt. Iedere ronde gaat net een beetje anders. Eerst de kersen heel gelaten, bij de volgende ronde de helft van de kersen doormidden gesneden en de laatste keer meer vocht toegevoegd…
Voorheen kostte het maken van kersenjam veel tijd tot ik pas de kersenontpitter ontdekt heb. Heel leuk hoe je dan door het sluiten van je hand een soort tangetje (of niet-apparaatje zonder nietjes) dichtknijpt en dan knalt de pit eruit!

kersenontpitter 001 - kopieklein

Denk nu niet dat fysiotherapeuten alleen maar kersenjam maken vanwege die pittenknijper! In de stad pluk je geen kruisbessen of bramen, bovendien zelden tegen een redelijke prijs te koop op de markt. Na de kersen komen de pruimen en abrikozen voor jam, later in het jaar kweeperen voor gelei en tot slot maakt de oranjemarmelade het jaarlijkse arsenaal van eigengemaakte jam compleet.