‘Laten wij zacht zijn voor elkander, kind.’

Het is een bijzonder fenomeen dat er soms – totaal uit het oorspronkelijke verband getrokken – losse, meestal klassieke zinnen zich bij me melden:

 ‘Laten wij zacht zijn voor elkander, kind.’ 

De aanleiding van deze regel uit Zwerversliefde van A. Roland Holst is het verhaal van iemand, die een andere kant – de zachte – van fysiotherapie nog nooit ervaren had. Vaak wordt fysiotherapie geassocieerd met rekken en strekken, ‘wat moet dat moet’ en liefst nog een beetje verder of harder (d)rukken om een verstijfd gewricht mobiel te krijgen.
Rekken en strekken kan erg aangenaam zijn na een lang eind in de auto of na het ontwaken, rekkend en strekkend als een hond of kat, de dag te beginnen en de nacht achter je te laten.

rekken en strekken 001 - kopieklein

Toch kan die losse zin van Roland Holst toegepast worden in de fysiotherapie zonder aan zachte heelmeesters te denken. Veel methoden zijn uit het rustige blijven zoeken en aftasten voortgekomen. Daarom die zachtheid in plaats van hardhandig doordrukken. Roland Holst wist het al en verpakte het in een gedicht. 

Warm

Heerlijk dit warme weer! Alles in de vertraging. Je lijf zwelt wat op en je hebt ‘warm vel’. Dit is een bijzonder gevoel. Doorgaans maar kort aanwezig hier. Het is een beschermend laagje, een gevoel van omhulling, een onzichtbaar hemd. Een subtiel laagje wat zomaar verdwenen kan zijn. Dan pas besef je dat het bijzondere van de warmte er niet meer is.
Mooi beschreven las ik dit gevoel in een boek*. Helga Ruebsamen beschrijft hoe ze vanuit Indië door het Suezkanaal komt; ineens is dat speciale weg. Ze is ontdaan en maakt de vergelijking met een geschilde appel.

Even sensitief is het, wanneer je in die warmte ineens een zacht briesje over je heen voelt komen. Waar komt het vandaan, waar gaat het naar toe? Aangenaam is het zeker. In het Alhambra is zo’n briesje zichtbaar door de rimpeling op het wateroppervlak. Het is niet koud, het is veeleer een minimale beroering of een subtiele aanraking.
Apart dat je je op zo’n moment in de zomer niet goed kunt voorstellen hoe je met een dikke laag kleren de kou van de winter trotseert. Of toch…het gevoel van binnen komen en dat je zo lekker gaat gloeien als reactie op de kou.

Heet, warm, lauw, koel, koud…dan heb ik het alleen nog maar over de lucht en de huid zonder er nattigheid bij te betrekken. ‘Water en lucht’ staat er bij de pompstations, het hoort bij elkaar. Vooral nu niet vergeten om de tomatenplanten water te geven!

tomatenplanten 001 - kopie
*Het lied en de waarheid. (bladzijde188/189)

‘t Was een dag van groote hette, En de lucht was drukkend zwaar

Die zin hierboven komt uit ‘Een vers dat als een nachtkaars uitgaat’ van E. Laurillard. Dat vers begint zo: 

In een diligence zaten
Negen menschen bij elkaar;
‘t was een dag van groote hette,
En de lucht was drukkend zwaar.

Iedereen steunt en kreunt de coupletten vol.
Het eindigt met de nuf, zij waait met haar zakdoek alleen maar zeggend: ‘pf!’

warm 001 - kopieklein

Niet te veel doen, rustig aan in de vertraging, misschien ergens aan het water…
Het duurt nooit heel lang hier bij ons.

Zomer

De vakanties zijn begonnen. De stad loopt leeg. De studenten zijn weg. Behalve dat er minder kraampjes op de markt staan, zijn er ook minder stadjers in de stad, er zijn toeristen. Het is helemaal anders dan gewoon: het is zomer! 

Lang geleden ging ik in de zomer naar Frankrijk voor het paardrijden. Daar moet ik nu aan denken door een oud boekje met de titel ‘Een ditje en een datje over het springen’ van Yves Benoist-Gironière. Ieder hoofdstuk begint met de aanhef: ‘Broeders!’ Wanneer je bedenkt dat de cavalerie een militaire en een mannelijke aangelegenheid was, dan past die aanhef. De toon is vriendelijk, direct zonder omhaal, met verhelderende tekeningetjes van de auteur. Hij benoemt het feit dat angst een normaal verschijnsel is, het hoort erbij en bovendien dat je dat ook overwint als je maat weet te houden. Hij geeft aanwijzingen zonder meteen aan een protocol te denken, een richtlijn die in de praktijk blijkt te werken, althans bij hem en zijn leerlingen. Ik citeer zo’n mooie zin:”Indien gij uw angst niet overwint maakt gij u onbewust stijf. De ontsteltenis ontneemt u alle vertrouwen en – wat erger is- ook dat van het paard.”

Ter vergelijking nam ik een Amerikaans boek dat veel later geschreven is. In dit boek staan ook tekeningen, het skelet van paard en ruiter zijn erin getekend. Er worden veel pijltjes getrokken en  kant en klare uitgewerkte bewegingsvoorstellingen afgebeeld. Foto’s die een momentopname van beweging weergeven met commentaar erbij: goed/fout. In het oude boekje met de tekeningetjes staan ook afbeeldingen van minder gewenste situaties, daarbij krijgt de lezer de gelegenheid om dat zelf te zien en te bedenken. Is er maar één situatie werkelijk goed of helemaal fout? Natuurlijk niet, de ruiter heeft het alleen nog niet onder de knie. De leermomenten horen erbij, het ideaalbeeld zal ook stap voor stap verschuiven. Paardrijden leer je nooit, al ga je het wel steeds beter doen door opgedane ervaringen. Ik ben ervan overtuigd dat die stelling niet alleen voor paardrijden opgaat, maar voor alles!

Ik hou van die oude boekjes, het verstand én het menselijke gevoel zijn aanwezig zonder dat het brein genoemd wordt.

Bewogen verleden

Soms kom je na zoveel jaar terug op plekken van vroeger. De speeltuin, die ineens kleine schommels heeft en de hoge glijbaan is lang niet zo hoog als in je herinnering. Het huis van je Oma blijkt helemaal niet dat enorme paleis te zijn. Kom je in je oude straat…nee, het is niet meer de laan van vroeger. Ik heb de ervaring om door een maquette te rijden, een soort vergroot Madurodam. Alles is keurig onderhouden, maar het leven is eruit.

Oude foto’s kijken, van die zwartwitte met zo’n gekarteld wit randje… Ja, dat ben jij en daar sta ik. Of moet je zeggen: zo zagen we er zoveel jaar geleden uit. Ben je nog wel zoals toen? Heb je je ontwikkeld? Ben je anders zichtbaar geworden? En wat zit er dan allemaal nog verborgen?

Wonderlijk is dat wat de tijd doet met beelden, of ze nu in je geheugen geprent zijn of dat je de tijd van vroeger terugziet op een foto.
Stilstaande beelden zijn het, de beweging is eruit terwijl er een andere beweging rustig doorgaat: de tijd. De bomen krijgen hun jaarringen.

Er staat een boek in mijn boekenkast ‘De Tijd, de grote beeldhouwer’ een boek met korte verhalen van Marguerite Yourcenar. Zoiets is het wel als je naar vroeger terugkijkt, merkwaardig dat de bomen zoveel groter geworden zijn, die leven. Knaagt aan de rest de tijd des tijds?