Tomaatjes

De laatste tomaatjes uit de tuin geoogst! Er is een knalrode middelgrote en drie net niet echt kleine tomaatjes. Ze kregen de kans niet meer om nog groot te worden. Ze zijn stevig, ogen dof, zijn oranjerood van kleur en smaken zoet. Hüttenkäse op een geroosterde boterham, daarop bieslook. Dan die laatste tomaatjes flieterdun in plakjes daar bovenop met wat vers gemalen peper er overheen…

Hoe snij ik nu van die mooie bijna geschaafde plakjes? Ik neem een tomaatje, pak het vlijmscherpe tomatenmesje en snij inderdaad superdunne plakjes tot ik bijna in het midden van de tomaat ben. Dan draai ik die tomaat om en begin vanaf de zijkant opnieuw die hele dunnen plakjes te snijden. Op deze manier schiet de tomaat niet uit mijn vingers omdat ik nog iets heb om vast te houden, zo’n dun kontje geeft geen houvast. Ik had dit ontdekt bij het snijden van een uitje. Intussen vraag ik me af of dit wel een officiële manier is. Toch eens aan een ‘beroeps’ vragen hoe dat zit.

Vrouwen voor het voetlicht

Soms is er iets, waarmee je geconfronteerd wordt. Onbewust blijft het hangen, vervolgens kom je het steeds weer tegen. Een bekend fenomeen!

Afgelopen week kreeg ik een link doorgestuurd, een film gemaakt in Turiani Hospital, Tanzania, waar ik in 1974/1975 gewoond en gewerkt heb. Herken ik het nog? Met de ogen van nu valt het me op, hoe puur die Afrikaanse non is en hoe ze over haar werk vertelt om het ziekenhuis vooruit te helpen. Het ziekenhuis is belangrijk voor de mensen uit de hele regio en daar zet ze zich voor in: voor de mensen. Zij is bezig met het vervullen van een levensopdracht. Zijn er hier ook mensen, die op haar manier kunnen vertellen over het besturen van een ziekenhuis? Of heeft dat met iets anders te maken? 

In het museum Catharijneconvent Utrecht is momenteel de expositie ‘Vrouwen voor het voetlicht’ te zien. Ook over vrouwen met een opdracht in het leven. De expositie begint met martelaressen. Later in de tijd komen er vrouwen in beeld, waarschijnlijk met de instelling zoals van die Tanzaniaanse non uit Turiani. Het valt me op hoe streng en ernstig de geportretteerde vrouwen overkomen. Was het alleen de tijd waarin men ernstig afgebeeld werd of was het de serieuze zaak waarmee ze bezig waren? Is het de cultuur of is het misschien tijdgebonden? Hoe dan ook: het beeld van het opgewekte en van het vertrouwen van de Afrikaanse blijft wel bij me hangen.

Lopen

Een van de naweeën van mijn gebroken bovenarm is dat ik nog niet mag fietsen, dus doe ik alles te voet. Het kost meer tijd dan even hup op de fiets een boodschapje doen. Ik moet bekennen dat het wel steeds leuker wordt om in die traagheid van het lopen te blijven, gewoon omdat ik zoveel meer zie. Neem het Guyotplein, een onnederlands parkje hier in Groningen, met in het midden een monument afgeschermd door een hekje. Op de zijkant een silhouet van een hoofd in een kransje gevat. Daaronder: Aan Henri Daniel Guyot. Op de achterkant staat omsloten door een slang die zichzelf in de staart bijt: geboren den 25 van slagtmaand 1753, overleden den 10 van louwmaand 1828. Mijn oog viel op de tekst, toen ik op een van de banken in het zonnetje ging zitten om die sfeer van weleer in me op te nemen. Mooi hoe men destijds met eenvoudige symboliek de herinnering aan Henri Daniel Guyot levendig wilde houden.

Het zet me aan het denken: de namen van maanden van het jaar zijn gekoppeld aan de belangrijkste bezigheden van die maand of het seizoen. In november werd geslacht. Louwmaand heeft te maken met de verbastering van het werkwoord looien, het leer wat gelooid werd zoveel tijd na de slacht. Dat was in januari. Ook de dagen van de week hebben hun geschiedenis. Mijn oude Groningse buurvrouw zei nooit dinsdag, maar ‘dingsdag‘. Een verwijzing – bewaard in de taal – naar het geding, de rechtspraak op dinsdag. Het is puur toeval dat het gerechtsgebouw op dit verstilde parkje uitkijkt!

Had ik alleen maar op de fiets gezeten, dan was ik hier mooi aan voorbij gefietst.

Domies Toen

Mensen die niet in Groningen wonen zegt het niets: ‘Domies Toen’. Het is de tuin van de dominee, de tuin bij de kerk in Pieterburen. Daar was ik afgelopen zondag voor een bijzondere middag. De tuin stond centraal, ook de kerk was open. Met verbazing keek ik naar de herenbank op het koor. Mooi in hout die wijdbeense Hercules, een stevige knots in zijn handen, met aan zijn voeten een driekoppige griffioen. De oude Griekse Hercules in een kerk? Ja, als symbool van kracht en macht.

De toren bleek niet bij de kerkelijke gemeente te horen, maar bij de burgerlijke gemeente. Bij veel van die oude Groninger kerkjes is het zo, dat de toren een andere eigenaar heeft dan het schip van de kerk. Napoleon vorderde alleen de torens puur om berichten door te kunnen seinen: sms avant la lettre!   

Ik was verrast te horen dat de Tijd niet gaat of snelt, de Tijd vliedt. Dat is een hele andere beweging! Dat vlieden van de Tijd werd destijds uitgebeeld met vleugels: de vleugels van de duif voor overdag en voor de nacht met de vleugels van de vleermuis.

De Tijd heelt alle wonden, ook gewoon een botbreuk. Met je tijd meegaan, de tijd nemen, je tijd uitzitten of de tijd hebben, op tijd zijn, de tijd vooruit zijn, tijdelijk iets doen en soms ook even de tijd stilzetten. Zoiets leek te gebeuren in Pieterburen. Genoeg gemijmer, aan het werk!

Teleurstelling?

Er zijn debatten op de televisie, maar zijn het ook mooie voorstellingen om naar te kijken? Ik zie stijve mannen in pakken, handen die de zijkanten van een doorzichtig katheder vasthouden, of handen bijelkaar voor het kruis zoals voetballers bij een ‘muurtje’, er wijst af en toe een hand met een geheven vinger om iemand’s aandacht te trekken of om een berispend gebaar te maken. Nee, geen gehang op één been, dat oogt niet zeker. Maar waar gaat het over? Ik wacht op het betoog waarin iemand uiteenzet hoe orde en chaos met elkaar samenhangen op een manier, waar je stil van wordt en zelf gaat nadenken en misschien wat gaat doen.

 

 

Vermoedelijk is het eind jaren zeventig geweest: de Vlaamse acteur Julien Schoenaerts, die de verdedigingsrede van Sokrates ten tonele voerde. Een bedaard bewegende man in een cirkeltje van licht, waarschijnlijk met een tuniek aan en een tekst, die mij en ongetwijfeld ook de andere theaterbezoekers aansprak. Ik voelde me tenminste aangesproken en mogelijk weet ik het daarom nog steeds waarom ik zo geïmponeerd was door alles. Ik heb de tekst uit de kast gehaald. Terwijl ik het lees, zie ik weer die cirkel van licht rond Sokrates daar in de diepte van het kleine theater met woorden, die de moeite waard zijn om wéér te lezen.