Waterige gedachten

Er zijn van die momenten, dat ik me een stijve hark of een houten klaas voel. Wonderlijk, want een mens bestaat voor een heel groot deel uit water en water stroomt of kabbelt. Stilstaand water is een bron voor bacteriën.
Op het moment, dat ik die verstarring ga ervaren, is het tijd om even die waterkant in mezelf boven te laten komen: naar het zwembad! Heerlijk om eerst de zwembewegingen aandachtig en traag uit te voeren, het ritme tussen armen en benen laten ontstaan door het ademen en vrij te kunnen bewegen zonder me te stoten. Het water om me heen komt in beweging en dat stuwt me vooruit.

 

 
Het wil wel eens zo zijn, dat er allemaal gedachten boven komen. Ik denk aan de dingen die stilletjes van binnen kunnen knagen, maar waarover ik me eigenlijk opwind. Mijn benen gaan tot heftiger actie over: lekker spetteren en de weerstand van het water oproepen om er dan met veel kracht tegen in te gaan en snel vooruit te komen. Niks geen oude piekerende dame, de jonge hond is ontwaakt en het evenwicht is terug. Tijd om naar huis te gaan en het een en ander op te ruimen.

Hella Haasse

Die passage aan het eind van ‘Heren van de thee’ zoek ik nog wel eens op om te lezen hoe het er precies staat. Hella Haasse laat de hoofdpersoon zeggen dat oud zeer opgedaan tijdens zijn leven op een bepaald moment rijp geworden is om er woorden aan te geven. Daarmee is het zoals het is, niets meer en niets minder. Bepaalde gebeurtenissen, die nog een emotionele lading hadden, hebben zich door de tijd geneutraliseerd.

Waar slaan we al die herinneringen op? Het lijkt erop dat we dat niet alleen in het brein doen, maar ook her en der in ons lijf. Ooit zei iemand me: ‘Het is zo wonderlijk als je me masseert, zijn er stukjes in mijn lijf die me, door het aangeraakt worden, hun eigen verhaaltje vertellen. Er komen prettige herinneringen boven of ik weet ineens wat ik wil gaan doen, terwijl er eerder iets vaags sluimerde. Er zijn ook plekjes die me iets vertellen wat ik liever niet wil horen. Het is net als met kleine kinderen die altijd om dezelfde verhaaltjes vragen en andere verhaaltjes moet je maar gauw overslaan.’

Is het de ontspanning? Even buiten de tijd lijken te staan? De afstand die er soms ineens is? Net als in ‘Heren van de thee’ kan er zomaar iets op z’n plek vallen, hoogstwaarschijnlijk zijn er dan een aantal factoren die meespelen en tegelijk aan de orde zijn. Een mooi geheim van ons brein.

Symposium

Wat wij momenteel onder een symposium verstaan, is wat wikipedia rangschikt onder wetenschappelijke conferentie. In de oudheid was het karakter ietsje anders dan nu.
Er zijn bijeenkomsten, waarbij de luchtigheid en de ontmoeting tussen verschillende disciplines centraal staat, zoals gister:


Fysiotherapie is een beroep wat zich leent om tussen kunst en wetenschap te bewegen, de ene keer een beetje meer richting de kunsten en de andere keer meer naar de wetenschap toe. De uitwisseling tussen verschillende disciplines geeft inspiratie en zorgt ervoor, dat we niet verstrikt raken in standaard behandelprotocollen. Protocollen zijn nuttig, maar het vraagt af en toe andere aandacht om wakker te blijven voor de zijpaadjes met verrassingen. De ogen kunnen openen voor iets waar we anders nooit zo direct aan gedacht zouden hebben, dat maakt zo’n bijeenkomst erg bijzonder en niet alleen voor fysiotherapeuten!

Digi-dit en digi-dat

Analoog en digitaal, in één adem, zoals ‘peper en zout’, ‘zwart en wit’ en in advertenties: ‘vlakbij zee en rustig strand’. Woorden die bij elkaar horen.
Een klok met wijzers om direct te zien hoe laat het is, lijkt op affiniteit met ‘analoog’, de lineaire tijd. Mensen die bij het zien van getallen meteen weten dat 23.33 even na half twaalf ‘s avonds is, wanneer ze suffig in een halfslaap op hun wekker met cijfers kijken, staan anders in het digitale tijdperk.

Bij anatomie leerde ik dat digitus vinger betekent. Iedere vinger een eigen getal of een eigen naam. Kleine kinderen leren het versje ‘naar bed, naar bed, zei duimelot, eerst nog wat eten…’ Elke vinger een eigen functie. Het woord ‘digitaal’ zou te maken kunnen hebben met alle knopjes en toetsen die je met je vingers bedient. Dan is digitaal niet verbonden met analoog maar met … hoe zou je de rest van het lijf in één woord kunnen samenvatten? Het hoort allemaal bijelkaar en zit aan elkaar vast, ook lichaam en geest zijn niet te scheiden.

In de bladmuziek voor pianisten zie je cijfertjes, die aangeven met welke vinger je een bepaalde noot moet aanslaan of met welke vingers je een accoord pakt. Violisten hebben geen vijf maar vier vingers, de duim heeft een andere functie. Bovendien geldt dat voor één hand. Toch speel je niet alleen met je vingers, die vingers horen bij een lijf en dat lijf hoort bij een persoon, een uniek individu.

Mijn pc en dvdspeler zijn producten van het digitale soort, maar het is wel uiterst kwetsbare apparatuur. Af en toe de stekker er uit trekken als de boel vastgelopen is een vreemd, maar vaak doeltreffend middel om daarna te kunnen constateren dat het ding het weer doet. Hoe zit dat nu met een mens als analoog wezen? Het lijkt erop dat er mensen zijn, die met hun vingers of alleen met hun duimen veel ‘digi’ doen de aandacht voor de rest van hun lijf kwijtraken: uitademen, het achterover zitten, iets op z’n beloop kunnen laten, even de armen en benen strekken, de zinnen verzetten.
Wat in de tuin harken (denk aan Voltaire‘s klassieker Candide
:”Il faut cultiver son jardin!”), het huis schoonmaken, een taart bakken of naar de wolken kijken, wil wel eens helpen als variatie op de tip van even de stekker eruit halen. Ik voel me tenminste geen computer of een ander soort ding.

Beeld en geluid

Vroeger had ik een buurman die ‘s nachts niet kon slapen en dan in zijn keuken naar enge films ging zitten kijken. Die geluiden hoorde ik vanuit mijn bed, hij was namelijk wat hardhorend. Aanvankelijk werd ik er wakker van en bekroop me een onbehagelijk gevoel puur door het geluid zonder beeld erbij. Toen ik in de gaten had dat hij naar griezelfilms zat te kijken, kon ik me afsluiten voor het geluid, draaide me om en sliep rustig verder.

Afgelopen week ging ik naar het Noord Nederlands Orkest: een speciaal programma met bewerkingen van liedjes van de Beatles. Omdat ik een liedje herkende maar de titel niet wist, vroeg ik het aan de hoornist die daarin een mooie solo had. Hij gaf me de suggestie om op youtube te kijken naar ‘For no one’.
Toen ik deze versie hoorde, kwam het bij me op: dit is het échte spelen! Spelen, waarvan ik ooit de definitie leerde: bezig zijn om het plezier van het bezig zijn, zonder een specifiek doel na te streven. Om de tekst mee te kunnen zingen, is een andere link handig. Het is leuk om de tekst te zien en uit je hoofd te leren, zodat je meer dan af en toe een woordje mee kunt zingen. Wil je écht horen hoe dat liedje zo heel verschillend kan klinken, dan is het effectief om met je rug naar de pc te zitten en alleen het geluid te horen zonder beeld erbij, zoals ik destijds in mijn bed met die geluiden van de buurman. Het is nog niet glad, het is nog niet af, maar ik kreeg het gevoel dat er ergens in huis iemand écht aan het spelen is en van dat soort spelen word je vrolijk!