Een blik over de grens

In het vorige stukje keek ik niet voor niets met een dromerige blik naar boven naar de lucht.
Ik vloog over Moskou naar Tashkent, de hoofdstad van Oezbekistan*. Een land in Centraal Azië. Een land met een ver teruggaande geschiedenis. Alexander de Grote* trok erheen en vond er zijn vrouw Roxane. Een land waar zo’n 600 jaar geleden de wiskunde, sterrenkunde* en geneeskunde op hoog niveau beoefend werd. Een land waar een belangrijk man ook vrouwen stimuleerde om zich te ontwikkelen. Een land waar oost en west elkaar troffen: de zijderoute. Het land met de vele blauwe en groene koepels. Tot zover een paar trefwoorden.

                       

 

 (tekening uit mijn dagboekje: mausoleum in Chiva*)

In zo’n land wonen ook mensen, die nu leven en werken. Net als wij proberen ook de mensen daar om hun werk efficiënt te doen. Ik zag een fijnschilder aan het werk. Hij had een plankje onder zijn polsen gelegd om een vast punt te creëren om dunne lijntjes te kunnen maken zonder bibberen of trillen. Dat vraagt een subtiel evenwicht van de buigers en strekkers van zijn hand. De spieren van de rest van zijn armen kunnen door dat plankje ontspannen. Ook zijn ademhaling gaat rustig door.

 

Ik moest even aan beeldschermwerkers denken…

 

* bij het aanklikken met de muis verschijnt de link met meer informatie.

Meetkunde in de lucht

Wanneer het al licht is op het moment dat de eerste mensen naar hun werk gaan en ik zit op de fiets voor een vroege afspraak, dan zie ik meestal andere dingen dan tussen de middag wanneer ik even brood ga halen. Dromerig kijk ik naar de lucht.
Die ochtend is de lucht helder blauw vol witte strepen alsof mijn meetkundekennis getoetst wil worden. Wat is ook alweer het verschil tussen een trapezium en een parallellogram? Natuurlijk zie ik ook evenwijdige lijnen, die in een oneindig punt elkaar misschien toch gaan raken? Op straat niet veel verkeer, maar in de lucht kennelijk al wel.

 

Kleuren buiten

Vroeg opstaan kan voor niet-matineuze mensen een worsteling zijn. Toch heeft vroeg op pad gaan iets bijzonders wat je anders mist: stap je ‘s morgens nog in het zwartgrijze van de nacht in de trein van Groningen naar voorbij Amersfoort, dan zie je dat het om je heen blauwer en heel donkergroen gaat worden en dat er steeds meer kleur bij komt. Rood en geel houden niet van de nacht.

Verfdoosje vervolg

Iedereen kent het fenomeen: je bent iets kwijt, je zoekt eindeloos overal op alle mogelijke plekken en uiteindelijk leg je je erbij neer dat iets dierbaars je ontvallen is. Na de nodige tijd van wikken en wegen besluit je tot een alternatief. De kans is groot dat je prompt daarna het verloren voorwerp terugvindt.

Ik vraag me af, stel dat ik dat nieuwe verfdoosje van vorige week – waar ik erg blij mee ben – niet gekocht had, zou ik dan toch de volgende dag het oude teruggevonden hebben? Het zoekgewaande verfdoosje kwam namelijk inderdaad de dag erna boven water!

Loslaten is iets in ons gedrag, waar we nogal eens mee geconfronteerd worden. Of laat ik het anders zeggen: actief je spieren niet-aanspannen is veel moeilijker dan hard knijpen. Gaan die dingen nu ook op voor m’n brein wat betreft dat verfdoosjesverhaal?
Tijd om gewoon wat te gaan doen, niks geen gefilosofeer. Ik ga  met al die kleurtjes spelen!

Verfdoosje

Mijn eerste opklapbare verfdoosje kocht ik zo’n 25 jaar geleden. Ik had ontdekt hoe leuk het is om schetsjes te maken. Aanvankelijk kleurde ik die tekeningetjes – zwarte inkt uit een tekenpen – met het restje van mijn espresso. Een mooi zacht bruin kleurtje geeft iets extra’s dan alleen met een beetje spuug die strenge zwarte lijn wat te vervagen door er met een vinger wat vlekkerigs van te maken.

Ik heb ontdekt dat op een terrasje zitten veel meer te bieden heeft dan alleen een kopje koffie: er komt zoveel voorbij!

Kleur in het leven dus! Mijn tekenboekjes zijn vrolijker geworden na de aanschaf van een klein verfdoosje. Een opklapbaar penseeltje, een proefflesje van shampoo met water erin, een frommelig papieren zakdoekje voor het overtollige nat en een etuitje om alles in op te bergen plus een tekenboekje met lekker papier maakt mijn standaardinventaris compleet.
Ondertussen gemerkt hoe moeilijk het is om de juiste kleur te mengen en toen ik zag hoeveel meer kleurtjes er te koop zijn, kon ik het niet laten om wat extra kant-klare-kleurtjes in een apart doosje te doen. Ik moest denken aan het boek van Jean Renoir over zijn vader: ‘Pierre-Auguste Renoir, mon Père’. Dat er verf in tubes kwam, was iets nieuws. Renoir verzet zich er niet tegen, memoreert wel dat verfmenger als beroep verdwijnt , maar zonder die tubes geen Impressionisten zoals Cézanne, Monet, Sisley en Pissarro, die buiten hun atelier in de natuur gingen schilderen.

Sinds een paar maanden kon ik mijn tweede doosje  – met die net even andere kleurtjes – nergens meer vinden. Foetsie, weg… Vanmorgen was het zover: ik heb me getrakteerd op een leeg doosje en kleurtjes uitgezocht om het te vullen, op twee lege plekken na. Nu zit ik in dubio, zal ik die lege plekken opvullen met twee blokjes uit het oude doosje of laat ik het oude doosje in tact en wacht tot ik bepaalde kleuren mis? Ik kan natuurlijk ook twee doosjes meenemen als ik op stap ga…

wordt vervolgd