zeus

het is wonderlijk hoe door zo’n gebroken arm mijn gewone bestaan in één klap veranderd is. tijdelijk dan. het is onwennig om niet naar de praktijk te gaan, maar alle tijd te kunnen nemen voor het ontbijt en huishoudelijke werkjes. gewone bezigheden die ik anders en passant doe, zijn nu inspanningen waar ik over moet nadenken om het zelf te kunnen doen. dat is net zo wonderlijk als dat het versgeperste sinaasappelsap veel intenser van smaak is nu iemand anders het perst, dan gewoon wanneer ik het zelf doe.

 

dagelijks koken er vrienden voor me. als verrassing nam een vriendin zelfs de overheerlijke garnalencroquetjes van holtkamp uit amsterdam mee en frituurde ze hier in de keuken! er komt iemand langs om te vragen of er nog boodschappen nodig zijn of er belt iemand aan om de dag te breken. zo maak ik kennis met een heel ander soortig bestaan. toch is het anders dan vakantie, misschien een beetje wennen hoe het leven is als pensionado of als douairière? er zijn ineens hele andere dingen belangrijk. zoals de tijd kunnen nemen om iedere dag verder te gaan met de dvd’s van ‘die heimat’. overdag de buis aan? dat kwam nooit voor! ik kreeg al tips voor als ik er doorheen ben…

 

die uitnodigende open deuren naar de tuin, ook al stonden ze op een kier, vragen om naar buiten te gaan! weg met het witte ziekenhuis gezicht! een dagelijks ommetje door het plantsoen, een boodschapje in een winkel en sinds vandaag toen het gedrizzel ophield op de nieuwe bank in de tuin. de nieuwe bank heeft een naam: zeus! de bijpassende stoel heet niet zoals bij de oude grieken hera, maar gewoon: de zeus-stoel. het tafeltje heet castor. ‘castor en pollux’ gaat door mijn hoofd, maar hoe was het verhaal van de tweeling castor en pollux??! mijn volgende bezigheid dient zich acuut aan…ik ga het opzoeken!

vertraagd en verstild

al weer drie weken geleden dat ik met m’n fiets onderuit ging en mijn bestaan door elkaar geschud werd. opmerkelijk is die enorme vertraging in alles.

aankleden – kan ik zelf – is een project geworden. net als bedenken wat voor boodschappen er nodig zijn en aan wie ik wat vraag. hoe maak ik wat van de dag zonder sjaggerijnig te worden? kleine werkjes verzinnen, want lezen en dvd’s kijken (die heimat) gaat ook vervelen, wat oefenen met mijn arm, aandacht zo nu en dan om niet krom of scheef te zakken. mailtjes typen met links alsof ik met tien vingers typ. ik moet wel naar het toetsenbord blijven kijken en later op het scherm controleren of er toch bij zo’n vingersprongetje de landing op een ander lettertje terechtkwam dan de bedoeling was. tussendoor iets opzoeken op internet, een telefoontje plegen. raar is dat om de telefoon links te pakken en aan mijn linkeroor te houden. ik merk dat ik wel beter ga horen met dat linkeroor en dat ik ook minder snel een vermoeide linkerarm van het vasthouden krijg en dat ik zelfs al met piepkleine letters met rechts iets kan noteren ondertussen, al moet ik soms wel de telefoon eerst even neerleggen om pen en papier te pakken. mijn agenda is handig, want die schuift niet zo gauw weg als een los papiertje. om niet te verstijven, maak ik een rondje door de tuin en probeer linkshandig uitgebloeide rozen eruit te knippen en pluk een rijpe aardbei.

en dan ben ik het even zat en ga languit op de bank hangen. gewoon even dom suffen, mijn blik dwaalt rond. ineens zie ik wat interessants! dat vraagt om een korte uitleg. in het ziekenhuis hing een reproductie van matisse in mijn blikveld: een open raam met zicht op bootjes (collioure 1905). ik hou van schilderijen met open ramen, vergezichten die mijn fantasie prikkelen…

zo keek ik ook door de open deuren van de keuken de tuin in en zag de werkelijkheid in een verstild moment!

 

vaardigheden

de merels verlieten het nest op de ochtend dat ik het ziekenhuis uitkwam. uitgebreid de tijd om te zien hoe pa en ma wormpjes blijven aanvoeren en hun kleintjes opjutten om te vliegen inplaats van dat halfslachtige gefladder met het hier en daar blijven steken. dat nieuwe vaardigheden voor jonge merels spannend zijn, is te zien aan de schijterij op de takken van de vijgenboom!

gelukkig gaat het met het aanleren van mijn vaardigheden wat subtieler. mijn linkerhand kan nu bijna blind typen met gebruik van alle vingers, alsof ik bezig ben met een piano-etude voor de linkerhand. mijn rechterhand heeft zich in een week op de piano een octaaf meer verworven, ik kan nu drie octaven halen terwijl het er begin van de week met moeite twee waren. niet alleen chromatisch (alle witte en zwarte toetsen na elkaar) maar ook gewoon C, dus de witte toetsen zonder de zwarte met de bijbehorende voorgeschreven vingerzetting. een docent zou gaan jubelen hoeveel ‘bodem’ of ‘gewicht’ ik per aanslag maak, zelf ben ik ontevreden dat ik alleen een rij toetsen achterelkaar kan aanslaan op één manier. mijn linkerhand kan wel muziek maken, maar rechts blijft nog bedroevend achter. geduld rike, die operatie is pas een week geleden…

stuk en toch (weer) heel

het is een vreemde gedachte dat een mens stuk kan zijn. ergens is iets afgebroken als een oor van een kopje, of stuk zoals een pop of een beer met een losse arm of been. met speelgoed lukt het met lijmen en plakken, vastgenaaid en opgekalefaterd worden door de poppendokter. als mens zijn we toch anders stuk, gehavend en kapot, wanneer er sprake is van een botbreuk op de een of andere plek. ik voel me namelijk wel heel, terwijl ik besef dat ik ook gebroken ben. als ik het niet zou weten dan had ik het zeker gemerkt omdat bepaalde gewone handelingen niet lukken door onmacht en pijn.

ook mensen kunnen gerepareerd worden, deels door de natuur of het leven zelf, maar ook met hulp van artsen plus een hele ris mensen in hun kielzog. in mijn bovenarm zit nu een kunstig gedraaide draad met een stevige schroef om de botten bijelkaar te houden zodat alles zo gunstig mogelijk aan elkaar vastgroeit met een minimum aan functieverlies. langzaam dringt het allemaal tot me door en iedere dag kan ik weer ietsje meer. toch voel ik me ook een klein kindje dat moet slapen, eten en niet te veel wakker moet zijn om goed te groeien, ook al is het nu niet in lengte en gewicht maar in de diepte van mijn bovenarm.

pech

vandaag is het dag twee met een gebroken bovenarm. naar alle waarschijnlijkheid gaat het omgaan met alle ongemakken vanaf nu elke dag een beetje beter. ook fysiotherapeuten kan het overkomen dat remmen op de fiets op die gele steentjes hier in de groningse binnenstad een gemene slip en val tot gevolg heeft.

alle bekende ongemakken ervaar ik aan den lijve: de moeite om me aan te kleden met de constatering dat geen enkel bloesje over mijn opgezwollen diep blauwe bovenarm past en dat sokken aantrekken niet lukt, het blik met koffie staat zo hoog en is bovendien groot en zwaar zodat ik er niet bij kan, ik heb nooit gesneden brood dus wat hannessen met mijn linkerhand om er een hompje af te breken. dit is tijdelijk, want nu weet ik intussen wat ik behulpzaam bezoek kan vragen. voordeel is geen gips dus wel onder de douche kunnen en typen met mijn linkerhand is heel wat duidelijker dan schrijfpogingen met een pen, al permitteer ik me om niet moeilijk te gaan doen, dus mijn linkerhand springt over het toetsenbord zonder gebruik te maken van hoofdletters. voor de plasticiteit in mijn brein is het doen van de dagelijkse dingen met je andere hand erg goed. over zo’n week of zes ga ik op een rijtje zetten wat ik daarvan gemerkt heb.