Bovenstaande zin (advertentie) lees ik na het rondje door het Plantsoen waar we met een groepje* om 7 uur ‘s ochtends naar vogels geluisterd hebben. Soms laten de vogels zich zien, soms ook niet. Nu herken ik wel het zingen
Hoeveel vinkjes heb jij?
Geur
Op de fiets in de stad ruik ik een speciale geur. Waar komt dat nu toch vandaan en wat is het? Ik fiets iemand voorbij, kijk opzij en zie een slordig gerolde peuk in de hand van de fietser. Aha,
Rondje Plantsoen…
Staalblauwe lucht, zon en het is fris. We lopen een rondje door het Noorderplantsoen. Er zijn mensen die hun hond uitlaten en ouders die met hun kinderen een frisse neus halen. We zien een clubje jonge vrouwen – allemaal met
Achter het klavier…
De musea zijn weer open! In het Singer Museum in Laren zie ik een schilderij, vrolijk van kleur van George Creten. Het is een vrouw achter de piano. Ik kan het niet helpen, maar mijn beroepsdeformatie wordt acuut gewekt. Ongetwijfeld
Zadelstoel
In Huize Doorn, het voormalig verblijf van de laatste Duitse keizer, valt mijn oog op een opmerkelijk meubel: de zadelstoel! Het is een stabiel ding, het staat vast op een plateau met vier pootjes. Geen stijgbeugels, maar een verstelbare voetensteun.






