De ijzeren eeuw.

‘De ijzeren eeuw’┬áis de titel van een serie uitzendingen op de televisie, waarbij we geconfronteerd worden met vergeten achtergronden over de dagelijkse dingen van nu.

Achtergronden en geschiedenis geven een bijzonder zicht op wat er nu speelt. Ik ben nog eens gaan snuffelen in de geschiedenis van mijn beroep. Fysiotherapie is van origine een ambachtelijk vak. Zintuigen gebruiken om goed waar te nemen en vaardigheden te ontwikkelen om iemand bij te kunnen staan wanneer er lijfelijk iets aan schort en het algemeen welbevinden verstoord is. Het gaat altijd om het in beweging blijven zonder verstarring, maar ook zonder de blik op oneindig en op hol te slaan. Aandacht voor het dynamische evenwicht.
Kortom daarvoor is kennis van het menselijk lichaam en van het bewegen nodig, daarnaast de kunde hoe ermee om te gaan en de kunst om daar vooral mee te blijven spelen.

Ervaringskennis en het uitwisselen daarvan (intervisie) is een niet vaak genoemd aspect van ons beroep: het zelf aan den lijve ervaren hoe een beweging of massage aanvoelt en wat het je doet. Opvallend is dat de oorsprong van veel oefenmethoden ligt in een beperking of een ongemak van iemand (of een naaste in hun omgeving) die met succes gezocht heeft naar een manier om ermee om te gaan. Zoveel mensen zoveel inzichten, daarom nooit zo’n visie klakkeloos overnemen, maar het gebruiken om zelf je eigen methodiek te ontwikkelen en dat bij te blijven sturen.

De laatste jaren is er sprake van een geleidelijke verschuiving van het directe ambachtelijke naar de meer theoretisch/wetenschappelijke kennis. Waarom werkt iets soms wel en soms niet? Er wordt gezocht naar verklaringen. Dat is werk voor wetenschapppers. Ik ben ervan overtuigd dat het wetenschappelijk onderzoek en het ambachtelijk praktische werk elkaar aanvullen, maar dat het verschillende beroepen zijn. Vastleggen hoort niet bij bewegen in praktische zin, dan is de beweging er uit!