Achterin het zaaltje, ik heb zicht op de andere luisteraars. Het valt me op dat iedereen achterover zit. Niemand zit recht bovenop de zitbeenknobbels, maar erachter. Ik word afgeleid en ga testen hoe het is om met mijn rug tegen
Zitten
Dubbeltuitig
Na het linkshandige tuitje van vorige week valt mijn oog op het kleine koekenpannetje, dat ik altijd gebruik om roereieren te maken. Het heeft een dikke bodem waardoor het uitermate geschikt is om heel langzaam warmte toe te laten, roereieren
Het linkshandige tuitje
Kijk een mooi pannetje om melk te koken of om havermout te maken. Ineens valt het me op dat ik, rechtshandig, het links vasthoud en in mijn rechterhand een garde of een pollepel heb om het uitgieten te begeleiden. Het
Gedicht
In het tijdschrift Onze Taal (2017 nr 9) lees ik dat de Vlaamse cabaretier Wim Helsen getroffen is door het gedicht ‘Jong Landschap’ uit: Gedichten (1928) van Paul van Ostaijen. Ook ik ben verrast door het gedicht, namelijk hoe een
Een boek dat smaakt!
‘Wat bijzonder, jij koopt nog een echt boek!’, zei pas iemand tegen me. Inderdaad, het is een groot genoegen om een boek te lezen, een boek met een prettig lettertype en lettergrootte, een boek wat lekker ruikt, wat niet te






