De Olympische Winterspelen trekken me naar de buis, vooral dat buitelen in de lucht is fascinerend om naar te kijken!
Shorttrack is een sport niet in de lucht maar op het ijs. Het doet me denken aan een centrifuge waarin een clubje mensen rondgeslingerd wordt en die mensen doen hun uiterste best om niet weggezwiept te worden de ruimte in.
Nee, geen kracht van buitenaf, ze racen zelf rond. Ik zag een foto in de krant, een momentopname van zo’n bocht. Er is minimaal contact met het ijs. Draaien ze nu echt in volle vaart rond dat topje van die wijsvinger?
De kokosmat bij de deur voelt vele voeten. Bij binnenkomst vegen bezoekers hun voeten op de mat of trekken daar hun schoenen uit.
Maar de functie van de kokosmat gaat verder dan het opvangen van straatvuil.
Het is spekglad, de omgekeerde mat voor de wielen van een auto of als rode loper uitgelegd: de mat laat zich van een andere kant zien…
Het woord Kurort spreekt tot mijn verbeelding: een plek uit vervlogen tijden waar mensen naar toe gingen om te genezen van hun kwalen of waar een kwaal gebruikt werd als excuus om te ontsnappen aan de dagelijkse beslommeringen.
Geneeskrachtige bronnen met mineralen, de gezonde lucht of het modderbad, ze zijn er nog. Weliswaar steeds meer benoemd met de naam spa, naar de Belgische stad met bijzondere bronnen.
Toch na een paar dagen badderen, zweten in een sauna, het dutje in een ligstoel, het wandelingetje naar het bekertje water uit de heilzame bron: de wellness gaat vervelen en doet verlangen naar gewone leven: de kuur heeft effect gehad!
In de trein valt mijn oog op een lege stoel tegenover me. In de rugleuning zie ik de subtiele indruk in reliëf van een zwangere vrouw en een figuur die op een stok leunt.
Het herinnert me aan de oude tekst ‘Opstaan voor iemand misstaat niemand’.
Maar hoeveel praktischer zijn deze simpele icoontjes, in een trein die vandaag de dag zoveel nationaliteiten vervoert.
De kleine man leert letters. Hij leest hardop, met een vinger letter voor letter en dan zegt hij het woord. Ik besef ineens weer hoe moeilijk het eerste begin is..
Hij vertelt me dat hij letters los en aan elkaar kan schrijven en dat er letters bij elkaar horen zoals de oe en de ui. Weet jij een woord met een ui, vraagt hij. Denk je dat ik dat kan schrijven? Natuurlijk zeg ik: nee. Met het puntje van zijn tong buiten boord schrijft hij met heel veel motorische en mentale inspanning alle letters aan elkaar: muis.
Er moet een wereld voor hem opengaan nu hij steeds meer zélf kan lezen en schrijven.