In Museum de Fundatie zijn tekeningen en schilderijen te zien van de Zwolse familie Ter Borch: Thuis bij Ter Borch.
Eén tekening trekt vooral mijn aandacht: het is een rij lopende mensen. Ze hebben ieder voor zich te maken met de wind, of ze nu heen of terug lopen. Die wind waait van links naar rechts op het papier en je ziet de mensen leunend tegen de wind, voortgejaagd door de wind, zich staande houdend in de wind…
Er is sprake van onderlinge contacten. Zouden ze wat uitwisselen over doorlopen naar rechts met de wind mee of juist terug tegen de wind in naar links? We zullen het nooit weten, maar ze zijn wel in beweging. Links- of rechtsom: op naar het Nieuwe Jaar!
De post heeft het druk in deze tijd. Daarom een ode aan onze postbode.
De beste man doet zijn werk rustig en met zorg. Zijn fiets heeft voorop een mandje (daarin heeft hij wat te drinken) en achter de fiets een aanhanger vol met post. Ook na het vallen van de duisternis is hij nog druk in de weer, met een mijnlamp op zijn voorhoofd om de adressen goed te kunnen lezen. Vaak kleppert onze brievenbus pas laat in de avond.
Wat zou het verhaal zijn dat schuil gaat achter deze bijzondere postbode?
In het Groninger Museum is momenteel de expositie It’s About Time te zien, een selectie uit eigen collectie met verschillende invalshoeken hoe je over de Tijd kunt denken.
In de zaal met het thema Transparantie zie ik een vitrine met mooie oude brilletjes. Daarnaast hangt een serie portretten. Het zijn allemaal mensen die een bril op hebben, op ééntje na. Zij heeft hem afgezet.
Zou zij nadenken over wat ze gezien heeft? Een terugblik of juist mijmeren over wat er nog gaat komen?
Uitspraken van bepaalde docenten blijven een leven lang hangen. Destijds kregen wij – fysiotherapeuten in opleiding – te horen dat het anatomisch onmogelijk is om dóór je knieën te zakken. Zeg dus nooit dat iemand door zijn knieën moet zakken!
De knie is het gewricht waarin het onderbeen t.o.v het bovenbeen buigt en strekt.
Het maken van tien diepe kniebuigingen is een mooie ochtendgymnastiek oefening, waarbij je beweegt in knie, enkel en heup. Meneer Smit had gelijk: je zakt niet door je knieën, maar je buigt je knieën en dan zakt je romp.
Bij het eten van vis heb je altijd een kans dat je een graatje tegenkomt.
Wanneer er sprake is van een graatje, zie ik in gedachte onze biologiedocent van het lyceum terug. Hij begon de eerste menskundeles met de zin: ‘Vissen hebben graten. Mensen hebben wervels en een wervelkolom, WIJ HEBBEN GEEN RUGGEGRAAT! Dat woord wil ik niet van jullie horen, anders vlieg je eruit!’
Toch zijn er wel degelijk mensen mét en mensen zónder ruggegraat. Sta je je mannetje of niet?!