Soms trekt een foto in de krant mijn aandacht. Zo zag ik dit rijtje lopende mensen. Een vrouw voorop, gevolgd door mannen.
Op kop stapt zij stevig door op haar hakken, gevolgd door iemand met een gestrekt been, daarachter twee figuren die mee dribbelen en tot slot de laatste twee die de pas wat inhouden en ondertussen geanimeerd in gesprek zijn.
Ik hoef er geen duiding aan te geven, maar deze foto laat wel zien dat ze allemaal op hun eigen manier voorwaarts gaan.
Thuis in de stad kijk ik op de buienradar: komt er een regenbui aan of blijft het droog?
Hier op het platteland is het anders. Ik kijk niet op het scherm, maar door het raam.
Grijze wolken komen snel dichterbij, het wordt donker, een windvlaag trekt door het hoge gras en dan komt het met bakken uit de lucht!
De marathon is voorbij. De trouwe wandelaars lopen – al of niet met hond – hun dagelijkse rondjes. Ook de joggers zijn er weer.
Kortom de straat keert terug naar de gewone situatie van alledag.
Maar dan zie ik een kleine parade. Midden over straat gaat, temidden van zeven volwassen ganzen, een knalgeel pulletje als een gevierd vorst zijn weg. Iedereen stopt en laat de stoet passeren.
Vandaag komen ze voorbij door onze straat: de marathonlopers!
Het is fascinerend om te zien hoe verschillend ze lopen. Rechtop met geheven borst of een beetje krommig. Lichtvoetig of zwaar stampend. Ruime stappen of kleine pasjes. Soms hoor je de dreun van een bataljon lopers, maar er zijn ook solisten. Er zijn lopers die haast lijken te hebben, terwijl anderen het rustig aan doen.
De snelste lopers hebben dunne onderbenen die luchtig naar voren zwaaien, hun lopen is veerkrachtig en ritmisch. De laatste lopers die voorbijkomen, zie je zwoegen en sjokken. Zij krijgen extra aanmoedigingen van ons, de toekijkers.
De afsluitdijk is een lange rechte weg. Vanuit Friesland zie je links water, lucht en een woud van windmolens. Gaat je blik even naar rechts dan is daar de dijk.
Op die dijk staat om de zoveel meter een houten paal. Ik vraag me af: waarom?
Het blijken zitpalen voor roofvogels te zijn. Ze kunnen daar rustig op de uitkijk zitten om een muis te pakken. Muizen hollen de dijk uit. Rijkswaterstaat gaat ze met torenvalken, ransuilen en buizerds te lijf.